Jaarrekening en toelichting

1. Balans per 31 december 2019

Balans per 31-12-2019 (na resultaatbestemming)

Bedragen x € 1.000

Balans per 31-12-2019 (na resultaatbestemming)
ACTIVA Ref. 31/12/2019 01/01/2019
       
VASTE ACTIVA      
       
materiële vaste activa 8.1    
onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie   19.757 19.574
       
vastgoedbeleggingen      
DAEB vastgoed in exploitatie 8.2 2.660.082 2.377.761
niet-DAEB vastgoed in exploitatie 8.2 274.893 243.689
onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.3 17.959 16.895
vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 8.3 22.339 53.902
    2.975.273 2.692.247
       
financiële vaste activa 8.4    
deelnemingen   1 1
latente belastingvordering(en)   25.107 30.001
uitgesteld hedge-resultaat    46.669 0
overige vorderingen   178 192
    71.955 30.194
       
totaal vaste activa   3.066.985 2.742.015
       
VLOTTENDE ACTIVA      
       
voorraden 8.5    
vastgoed bestemd voor de verkoop   509 492
overige voorraden   0 131
    509 623
       
vorderingen 8.6    
huurdebiteuren   1.569 2.126
vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen   55 506
overige vorderingen   232 1.043
overlopende activa   1.196 1.877
    3.052 5.552
       
liquide middelen 8.7 9 9
       
totaal vlottende activa   3.570 6.184
       
TOTAAL ACTIVA   3.070.555 2.748.199

Bedragen x € 1.000

PASSIVA Ref. 31/12/2019 01/01/2019
       
eigen vermogen 8.8    
herwaarderingsreserve   1.745.326 1.557.336
overige reserves   275.120 192.025
    2.020.446 1.749.361
       
voorzieningen 8.9    
voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen   38.612 60.808
voorziening latente belastingverplichting   0 758
overige voorzieningen   1.733 1.799
    40.345 63.365
       
langlopende schulden 8.10    
schulden/leningen overheid   6.955 14.575
schulden/leningen kredietinstellingen   871.731 824.935
verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   17.216 16.375
derivaten   10.707 7.217
financiele leaseverplichtingen   1.466 2.251
overige schulden   384 351
    908.459 865.704
       
kortlopende schulden 8.11    
schulden aan kredietinstellingen   6.535 7.497
schulden aan overheid   451 1.654
aflossingsverplichtingen   48.971 18.681
schulden aan leveranciers   8.815 9.460
belastingen en premies sociale verzekeringen   5.185 6.714
overlopende passiva   31.347 25.764
    101.304 69.769
       
TOTAAL PASSIVA   3.070.555 2.748.199

2. Functionele winst- en verliesrekening over 2019

Bedragen x € 1.000

  ref. 2019 2018
huuropbrengsten   171.864 170.470
opbrengsten servicecontracten   7.656 7.704
lasten servicecontracten   ‑7.986 ‑7.610
overheidsbijdragen   7 4
lasten verhuur en beheeractiviteiten   ‑19.926 ‑16.871
lasten onderhoudsactiviteiten   ‑57.374 ‑54.844
overige directe operationele lasten exploitatie bezit   ‑26.226 ‑31.565
netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 9.1 68.015 67.288
       
verkoopopbrengst vastgoedportefeuille   11.318 10.855
toegerekende organisatiekosten verkoop   ‑531 ‑412
boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   ‑7.972 ‑8.152
netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 9.2 2.815 2.291
       
overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille   ‑13.520 ‑73.634
niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille   261.536 104.677
niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden   223 206
niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop   227 ‑511
waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.3 248.466 30.738
       
opbrengsten overige activiteiten   527 499
kosten overige activiteiten   ‑131 0
netto resultaat overige activiteiten 9.4 396 499
       
overige organisatiekosten 9.5 ‑6.447 ‑5.993
       
leefbaarheid 9.6 ‑4.392 ‑3.820
       
waardeveranderingen van financiële vaste activa, effecten en derivaten   ‑3.504 ‑539
andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten   16 35
rentelasten en soortgelijke kosten   ‑30.140 ‑30.095
saldo financiële baten en lasten 9.7 ‑33.628 ‑30.599
       
RESULTAAT VOOR BELASTINGEN   275.225 60.404
       
belastingen 9.8 ‑4.136 ‑2.878
       
RESULTAAT NA BELASTINGEN   271.089 57.526

3. Kasstroomoverzicht 2019

Bedragen x € 1.000

  Ref. 2019 2018
Operationele activiteiten 1.    
Huurontvangsten 1.1 173.321 170.895
Vergoedingen 1.2 8.434 8.575
Overheidsontvangsten 1.3 0 0
Overige bedrijfsontvangsten 1.4 517 752
Ontvangsten interest (uit operationele activiteiten) 1.5 0 0
Saldo ingaande kasstromen   182.272 180.222
       
Erfpacht 1.6 36 36
Betalingen aan werknemers 1.7 25.372 25.006
Onderhoudsuitgaven 1.8 50.173 46.328
Overige bedrijfsuitgaven 1.9 36.422 33.023
Betaalde interest 1.10 31.292 30.417
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 1.11 a 141 1.843
Verhuurderheffing 1.11 b 12.079 15.353
Leefbaarheid externe uitgave niet investering gebonden 1.12 1.617 1.014
Vennootschapsbelasting 1.13 0 ‑4
Saldo uitgaande kasstromen   157.132 153.016
       
Kasstroom uit operationele activiteiten   25.140 27.206
       
(Des)investeringsactiviteiten 2.    
Verkoopontvangsten bestaande huur 2.1 11.497 8.793
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) na inkoop in dPi periode 2.2 0 1.889
Verkoopontvangsten nieuwbouw 2.3 0 163
Verkoopontvangsten grond 2.4 1.609 352
(Des)Investeringsontvangsten overige 2.5 0 398
Ontvangsten uit hoofde van vervreemding vastgoedbeleggingen   13.106 11.595
       
Nieuwbouw huur 2.6 13.697 18.401
Verbeteruitgaven 2.7 28.177 55.224
Leefbaarheid externe uitgaven projectgebonden 2.8 0 0
Aankoop 2.9 2.893 0
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 2.11 409 988
Sloopuitgaven 2.12 2.255 1.343
Aankoop grond 2.13 1.029 0
Investeringen overig 2.14 10.351 14.001
Externe kosten bij verkoop 2.15 287 210
Verwerking van vastgoedbeleggingen   59.099 90.167
       
Saldo in- en uitgaande kasstromen vastgoedbeleggingen   ‑45.993 ‑78.572
       
Ontvangsten verbindingen 2.17.1 452 340
Ontvangsten overig 2.17.2 0 0
Uitgaven verbindingen 2.18.1 0 35
Uitgaven overig 2.18.2 0 0
Saldo in- en uitgaande kasstroom financiële vaste activa   452 305
       
Kasstroom uit (des)investeringsactiviteiten   ‑45.541 ‑78.267

  Ref. 2019 2018
Financieringsactiviteiten 3.    
Nieuwe te borgen leningen 3.1.1 85.000 100.000
Nieuwe ongeborgde leningen 3.1.2 0 0
Nieuwe niet door WSW geborgde leningen niet-DAEB 3.1.3 0 0
Tussentelling inkomende kasstromen   85.000 100.000
       
Aflossing geborgde leningen 3.2.1 61.516 52.506
Aflossing ongeborgde leningen 3.2.2 2.120 2.120
Aflossing niet door WSW geborgde leningen niet-DAEB investeringen 3.2.3 0 0
Tussentelling uitgaande kasstromen   63.636 54.626
       
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   21.364 45.374
       
Toename (afname) van geldmiddelen 4.1 963 ‑5.687
Wijziging kortgeld 4.2 ‑963 5.669
       
Geldmiddelen aan het begin van de periode   9 27
Geldmiddelen aan het einde van de periode   9 9

4. Algemene toelichting

Algemeen

Woningcorporatie Stichting Lefier (hierna: ‘Lefier’) is een stichting met de status van “toegelaten instelling volkshuisvesting”. De statutaire vestigingsplaats is gemeente Midden-Groningen. Het actieve werkgebied bestaat uit de zeven gemeenten: Borger-Odoorn, Emmen, Groningen, Haren (per 1 januari 2019 opgegaan in gemeente Groningen),  Midden-Groningen, Stadskanaal en Ten Boer (per 1 januari 2019 opgegaan in gemeente Groningen). De activiteiten bestaan voornamelijk uit de exploitatie en ontwikkeling van woningen voor de (sociale) huursector. Zij heeft specifieke toelating in de regio Noord-Nederland en is werkzaam binnen de juridische wetgeving vanuit de Woningwet.

Vestigingsadres, rechtsvorm en inschrijfnummer handelsregister

De statutaire vestigingsplaats is Hoogezand. Lefier is feitelijke gevestigd op Hooggoorns 16, Postbus 2102 CC te Emmen. Lefier is ingeschreven bij het handelsregister onder nummer 02028826.

Groepsverhoudingen

Lefier functioneert als hoofd van een groep. Lefier stelt echter geen geconsolideerde jaarrekening op, aangezien Lefier geen materieel belang heeft in deelnemingen. De enige deelneming die Lefier per 31 december 2019 heeft, is Lefier Holding B.V. (100%), welke op haar beurt enkel 50% eigenaar is van Vierwaarde B.V.

Gezien het niet-materiële belang in deze deelneming is geen geconsolideerde jaarrekening opgesteld, maar is de waardering van deze deelneming opgenomen onder de activapost ‘Vorderingen op groepsmaatschappijen'.

Stelselwijzigingen

In de jaarrekening 2019 is een stelselwijziging verwerkt met betrekking tot de bepaling van de latente belastingen ten aanzien van het tijdelijk verschil tussen de fiscale en de commerciële waardering van de vastgoed in exploitatie bestemd voor verkoop ('verkoopvijver'). Sinds 2019 wordt er geen belastinglatentie meer gevormd voor het tijdelijke waarderingsverschil aangezien deze naar verwachting niet tot fiscale afwikkeling komt samenhangend met het gebruik van de herinvesteringsreserve. De vergelijkende cijfers zijn hierop aangepast. De stelselwijziging heeft een positief effect op het resultaat 2018 ad €704.000 en een positief effect ad €298.000 op het eigen vermogen per 1 januari 2019.

Schattingswijzigingen

In het kader van de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie zijn diverse schattingswijzigingen doorgevoerd in de parameters en berekeningsmethodieken die nader uiteen zijn gezet in paragraaf 6.5. Gegeven de aard van de schattingswijziging kan niet worden bepaald welke invloed deze heeft op de het resultaat in het boekjaar.

Presentatiewijzigingen

In 2019 zijn geen presentatiewijzigingen doorgevoerd.

Oordelen en schattingen

Bij toepassing van de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening vormt de directie van Lefier zich verschillende oordelen en maakt schattingen die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het in artikel 2:362 lid 1 BW vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningpost.

Deelnemingen in groepsmaatschappijen en resultaat deelnemingen in groepsmaatschappijen

Deelnemingen in groepsmaatschappijen worden gewaardeerd op de nettovermogenswaarde. Dit betreft de volgende deelnemingen:

Deelneming Waardering Belang Vestigingsplaats KvK-nr
Lefier Holding B.V. deelneming gewaardeerd op netto vermogenswaarde 100,00% Midden-Groningen 02091641
Vierwaarde B.V. deelneming gewaardeerd op netto vermogenswaarde 50,00% Groningen 02097998
Woningnet B.V. overige deelnemingen gewaardeerd op kostprijs 0,02% Utrecht 30171204

Verbonden partijen

Als verbonden partij worden alle rechtspersonen aangemerkt waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van Lefier en nauwe verwanten zijn verbonden partijen.

Transacties van betekenis met verbonden partijen worden toegelicht voor zover deze niet onder normale marktvoorwaarden zijn aangegaan. Hiervan wordt toegelicht de aard en de omvang van de transactie en andere informatie die nodig is voor het verschaffen van het inzicht.

Toelichting op het kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de directe methode. De liquiditeitspositie in het kasstroomoverzicht bestaat uit de liquide middelen onder aftrek van bankkredieten. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investerings- en financieringsactiviteiten.

De kasstromen uit hoofde van de financiering zijn gesplitst in kasstromen met betrekking tot mutaties in de hoofdsom (opgenomen onder financieringsactiviteiten) en betaalde interest (opgenomen onder operationele activiteiten). De investeringen in materiële vaste activa worden opgenomen onder aftrek van de onder overige schulden voorkomende verplichtingen.

Ontvangsten en uitgaven uit hoofde van interest, ontvangen dividenden en winstbelastingen zijn opgenomen onder de kasstroom uit operationele activiteiten. Betaalde dividenden zijn opgenomen onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten. De verkrijgingsprijs van de verworven groepsmaatschappij is opgenomen onder de kasstroom uit investeringsactiviteiten, voor zover betaling in geld heeft plaatsgevonden. De geldmiddelen die in de verworven groepsmaatschappij aanwezig zijn, zijn op  de aankoopprijs in mindering gebracht. Transacties waarbij geen instroom of uitstroom van kasmiddelen plaatsvindt, waaronder het afsluiten van financiële leasing, zijn niet in het kasstroomoverzicht opgenomen.

Effecten aardbevingsrisico op waardering

Lefier heeft woningen in een gebied waar aardbevingen optreden. Dit heeft nu en in de toekomst effect op onder meer bedrijfsvoering en risico’s en daarmee de jaarrekening.

In dit hoofdstuk gaan wij in op de effecten van aardbevingen voor Lefier. Allereerst wordt ingegaan op de risico’s en de beheersing daarvan waarna wordt aangegeven om welk vastgoed het gaat. Vervolgens wordt ingegaan op de reeds ontstane schade en de afhandeling hiervan, de waarde en waarderingseffecten, en de activiteiten op het gebied van versterken en verduurzamen. Tot slot wordt ingegaan op de gevolgen voor de jaarrekening.

1. Risico’s en risicobeheersing

Door de ligging van het vastgoed wordt Lefier geconfronteerd met diverse belangrijke risico’s ten aanzien van de waardering van het vastgoed en de toekomstige bedrijfsvoering als gevolg van de aardbevingen.

De risico’s kunnen als volgt worden geduid:

Vastgoed

  • Risico op afnemende leegwaarde van het bezit en/of vertraagde verkopen door verandering van het sentiment in de markt ten aanzien van de bewoonbaarheid van de omgeving (waardeschade). Dit in aanvulling op de demografische ontwikkelingen in de regio (indirecte waarde schade);
  • Risico op de lagere kasstroom door leegstand vanwege onverhuurbaarheid en/of afnemende vraag en/of (bijvoorbeeld door onzekerheid over versterking) vertraagde oplevering van nieuwbouwprojecten en daardoor latere start van huurinkomsten (exploitatieschade);
  • Risico van directe fysieke schade aan het vastgoed (herstelschade);
  • Risico van verplichtingen tot versterking van het bezit om deze aardbevingsbestendig te maken, dit in lijn met de Nederlandse Praktijk Richtlijn voor Aardbevingsbestendig bouwen (versterkingsschade), in bepaalde gevallen heeft dit tot gevolg dat woningen moeten worden gesloopt en nieuw gebouwd;
  • Risico van hogere bouwkosten voor nieuwbouwprojecten waar geen extra baten tegen over staan omdat deze aardbevingsbestendig moeten worden gebouwd (bouwschade).

Bedrijfsvoering

  • Risico van extra kosten door verhoogde aandacht/extra te leveren inspanningen voor de exploitatie van het vastgoed en/of in de contacten met huurders, belanghebbenden, overhead en projectontwikkeling;
  • Risico van aansprakelijkheid voor kosten bij optreden van persoonlijke ongelukken bij huurders als gevolg van aardbevingsschade en/of het verliezen van de huurwoningen;
  • Risico van kosten als gevolg van inspanningen om schade te beperken of moeten voorzien in noodvoorzieningen zowel in de bedrijfsvoering als in de huisvesting van huurders;
  • Risico van extra financieringskosten doordat reparatie van schades c.q. inspanningen om schades te behandelen en/of te beperken eerder gemaakt moeten worden dan vergoeding (huuropbrengsten en/of externe financiering) wordt ontvangen.

Over de risico’s is ook overleg gevoerd met de Autoriteit Woningcorporaties (Aw) en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). De Aw en het WSW volgen de ontwikkelingen in het aardbevingsgebied. Lefier informeert beide partijen over de gevolgen voor haar portefeuilleplan.

De exploitanten van het gaswinningsgebied zijn wettelijk verplicht de schade en de kosten van het voorkomen van schade als gevolg van gaswinning te vergoeden (artikel 6:177 lid 1 en lid 4 BW, artikel 6:174 BW lid 3 BW en/of 6:162 BW in combinatie met art. 6:96 lid 1 en lid 2 onder a en b BW).

Inmiddels heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat de NAM op afstand gezet en de verantwoordelijkheid genomen voor het herstel van de aardbevingsschade, het versterken van de waardevermindering en het compenseren van de waardevermindering. De wet mijnbouwschade Groningen is behandeling bij het parlement en Tijdelijke  Commissie Mijnbouwschade Groningen is gestart met de uitvoering. Lefier gaat er dan ook vanuit dat alle vormen van schade als gevolg van de aardbevingen volledig vergoed worden door de NAM althans het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat. We verwachten dat de nieuwe Wet Mijnbouwschade in het tweede kwartaal 2020 in werking kan treden.

2. Vastgoedbezit in aardbevingsgebied

Lefier heeft bezit in het gebied waar aardbevingen optreden.

Aardbevingsgebied (x € 1 mln) Aantal VHE Marktwaarde WOZ waarde
Midden Groningen 4.809 388 500
Groningen 12.484 1.134 1.152

bezit van Lefier waar aardbevingen optreden

Bedragen en aantallen zijn per 31 december 2019.

Het vastgoed is als volgt verdeeld over de diverse gemeenten en risicogebieden:

  • Alle woningen (4.809 verhuureenheden) in de gemeente Midden Groningen zijn gebouwd boven het gasveld. Hier zijn veel schademeldingen. Deze eenheden hebben in totaal een marktwaarde in verhuurde staat van € 388 miljoen en een WOZ waarde van € 500 miljoen.
  • Alle verhuureenheden in de wijken Beijum, Lewenborg  en Oosterhoogebrug (1.676 eenheden) zijn gebouwd bovenop het gasveld. Hier zijn veel schademeldingen. Deze eenheden hebben in totaal een marktwaarde in verhuurde staat van € 187 miljoen en een WOZ waarde van € 179 miljoen.
  • De Korrewegwijk (2.703 verhuureenheden) is niet gebouwd op het gasveld, maar hier zijn wel veel schademeldingen. Deze eenheden hebben in totaal een marktwaarde in verhuurde staat van € 285 miljoen en een WOZ waarde van € 300 miljoen.
  • De andere wijken in de stad Groningen (8.105 verhuureenheden) zijn niet gebouwd op het gasveld en hier zijn de schades meer incidenteel. Deze woongelegenheden hebben in totaal een marktwaarde in verhuurde staat van € 662 miljoen en een WOZ waarde van € 673 miljoen.

Vastgoedeigenaren in de provincie Groningen, in het bijzonder Oost Groningen en in gedeelten van de stad Groningen worden geconfronteerd met mogelijke schade aan het vastgoed als gevolg van aardbevingen veroorzaakt door de gaswinning door de NAM.

Op grond van wettelijke bepalingen is de exploitant van de gasvelden, zijnde de NAM, aansprakelijk voor alle schade als gevolg van de exploitatie van de gasvelden. Lefier gaat er dan ook vanuit dat alle vormen van schade als gevolg van de aardbevingen vergoed worden door de NAM.

3. Schade aan onroerend goed

A. Herstelschade

Er is een schadeprocedure voor fysieke schade aan vastgoed. Herstel- en versterkingsschade werden door Lefier zelf afgehandeld en Lefier krijgt hiervoor een marktconforme vergoeding. 2019 is het jaar van de versnelling geweest bij TCMG (Tijdelijke Commissie Mijnbouw Groningen) en Lefier. In onderstaande tabel zijn het aantal schademeldingen en de ontvangen vergoeding opgenomen.

Aantal Schademeldingen 2016 2017 2018 2019
Totaal: 643 281 132 694
-waarvan geaccepteerd 442 87 86 479
-nog in behandeling/te behandelen 29 148 46 215
ontvangen vergoeding (x € 1000) 579 120 446 3.177

aantal schademeldingen per jaar

Nadat in 2018 de beoordeling van schades heeft stilgelegen en een achterstand is ontstaan in de verwerking, is in 2019 een zichtbare versnelling een geweest bij TCMG (Tijdelijke Commissie Mijnbouw Groningen).

B. Effecten van aardbevingen op de waarde en waardering van woningen (waarde schade)

Aardbevingen en het risico daarop hebben een effect op de waarde van het Lefierbezit en daarmee de vastgoedwaardering van Lefier (waardedalingsschade). Dit kan effect hebben op de waardering in de jaarrekening en raakt zowel de marktwaarde in verhuurde staat als de beleidswaarde.

Het effect van aardbevingen op de marktwaarde is per definitie onderdeel van de marktwaarde zoals deze is opgenomen in de balans van Lefier. Hierbij zijn zowel om de verwachte kasstromen als de gehanteerde parameters met de bestaande kennis ingeschat. Gezien de aard van de problematiek geldt hier een meer dan normale onzekerheid.

De rechtbank in Assen heeft in 2015 uitspraak gedaan waardoor waardedaling van onroerend goed als gevolg van aardbevingen aangemerkt kan worden als schade en daarmee in aanmerking komt voor een vergoeding door de exploitant, de NAM. De inhoud van dit vonnis is in januari 2018 overgenomen door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Lefier wordt hiermee toegelaten tot een schadestaatprocedure waarin de omvang van de schade dient te worden vastgesteld. Lefier heeft onder andere op 30 oktober 2018 de NAM aansprakelijk gesteld voor de waardevermindering. Medio november 2019 is de  schadestaatprocedure geactiveerd.

Lefier heeft de waardevermindering gebaseerd op het berekeningsmodel Invisior (gebaseerd op het model van  Prof. mr J.P. Elhorst en de heer N. Duran). Volgens dit model bedraagt voor Lefier de waardevermindering € 111,9 miljoen. In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft de commissie Hammerstein een advies voorbereid met betrekking tot de vergoeding van de waardedalingsschade. Bij brief van 24 april 2019 heeft de Minister van Economische Zaken en Klimaat het advies aan de Tweede Kamer toegezonden. Een uitspraak in deze schadestaatprocedure wordt niet eerder dan ultimo 2020 verwacht.

Voor DAEB vastgoed gewaardeerd op basis van beleidswaarde zoals opgenomen in de toelichting bij de jaarrekening, is er waardedalingsschade, maar is het effect slechts beperkt waarneembaar, omdat dit vastgoed gewaardeerd is op basis van de contante waarde van de toekomstige exploitatiekasstromen. Voor de daarbij gehanteerde uitgangsposities wordt verwezen naar toelichting par. 5.5.2 en 5.5.3 (waarderingsgrondslagen) en par. 10.2 (toelichting op de balans) zoals opgenomen in de toelichting op de jaarrekening. Het effect van afnemende verhuurbaarheid in de toekomst c.q. dalende restwaarde aan einde levensduur door aardbevingsschade is op dit moment onbekend en daarmee niet in de waardering begrepen.

C. Versterken, verduurzamen en eisen nieuwbouw (versterkingsschade / bouwschade)

Lopende en in planning zijnde nieuwbouwprojecten in ons totale werkgebied Groningen en Hoogezand-Sappemeer zijn getoetst aan de vigerende praktijkrichtlijn voor aardbevingsbesteding bouwen (NPR). Daar waar nodig zijn bij bouwprojecten direct aanpassingen aangebracht in overleg met NAM/CVW. De meerkosten worden geclaimd bij de NAM, zijn onderdeel van de projectbegrotingen en worden (discussies over onderdelen daargelaten) door de NAM vergoed. In de planvorming van de overige nieuwbouwprojecten zijn de eisen van de vigerende NPR toegepast en de kosten hiervoor geraamd. Meerkosten worden ingediend bij de NAM. Dit geldt ook voor de kosten die verband houden met vertraging in de planvorming en/of realisatie als gevolg van onzekerheden ten aanzien van de noodzaak tot versterken.

In het voorjaar van 2018 nam het kabinet een besluit ten aanzien van de toekomst van de gaswinning in Nederland. De afbouw hiervan zou versneld worden uitgevoerd en de verwachting van het kabinet was dat dit al snel tot verbeteringen in de seismische veiligheid zouden leiden. Dat heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK) ertoe aangezet om advies in te winnen bij de Mijnraad (met sub-vragen aan TNO, Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) en een hooglerarenpanel) over de toekomst van de versterking.

Medio 2018 is een rapport verschenen van de mijnraad waarin de contouren worden aangegeven voor de uit te voeren versterkingen voor het bestaand bezit. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebouwen met een verhoogd risico en een licht verhoogd risico.

De verstevigingsopgave richt zich voor Lefier op dit moment met name op de woningvoorraad in de gemeente Midden-Groningen, en meer specifiek op de dorpen Slochteren, Schildwolde, Steendam, Tjuchem,  Siddeburen en Hoogezand/Sappemeer. In deze dorpen bevinden zich woningen van Lefier met een (licht) verhoogd risico. Jaarlijks wordt door de NCG een nieuwe “run gedraaid” op basis van het HRA-model (Hazard and Risk Assessment) dat gemaakt is om de seismische dreiging en het risico als gevolg van de gaswinning in Groningen te berekenen. De eerste run was in 2018, in de zomer van 2019 is een nieuwe run gedraaid naar de nieuwste inzichten op het gebied van bodembeweging en opstallen. Bij de genoemde aantallen moet worden opgemerkt dat deze het resultaat zijn van toepassing door de mijnraad en NCG van een statistisch model. Dit leidt in de praktijk tot vragen en mogelijke aanpassingen in de verdere besluitvorming. Het model is (nog) niet geschikt om uitspraken te doen of een pand veilig of onveilig is, maar kan wel een uitspraak doen over de kans dat een gebouw wel of niet aan de norm voldoet. Daarom moeten gebouwen ter plekke worden opgenomen om te controleren of in het model de juiste gebouweigenschappen zijn toegekend. Experts moeten vervolgens beoordelen of een gebouw op norm is. Daaruit moet blijken of gebouwen veilig of onveilig zijn en of er versterkingsmaatregelen nodig zijn.

Voor Lefier heeft dit geleid tot extra woningen met een licht verhoogd risico, met name in Siddeburen. Daarnaast zijn er nog diverse woningen die onderdeel uitmaken van het oude inspectieprogramma van de NCG, die onderdeel uitmaken van zgn. “batches”. Over met name de woningen van Lefier in de “1581-batch” in Schildwolde in Slochteren (104) is Lefier nadrukkelijk in gesprek met NCG en Gemeente over versterken. De versterkingsadviezen (VA’s) van deze woningen zijn inmiddels beschikbaar.

In onderstaande tabel is het actuele inzicht weergegeven per 31-12-2019. Naast de woningen met een verhoogd risico heeft Lefier tot nu toe 14 woningen versterkt, 2 woningen worden in maart 2020 overgedragen aan de NAM, vooruitlopend op sloop. Over de tabel kan verder de opmerking gemaakt worden dat sommige woningen zowel in het oude inspectieprogramma voorkomen als vanuit de nieuwe HRA-methodiek een (licht) verhoogd risico kunnen hebben, derhalve kunnen sommige woningen in meerdere kolommen voorkomen.

Overzicht risicokwalificatie door NCG van woningen Lefier (datum: 31 december 2019):

Plaats Verstevigd P50 verhoogd risico (HRA2018 /2019) P90 (licht verhoogd risico HRA 2018/2019) Zorgobjecten die versterkt moeten worden
Groningen     30  
Harkstede     1  
Hellum     23  
Woudbloem 10      
Kolham        
Froombosch        
Overschild   2    
Hoogezand     107  
Sappemeer     34  
Schildwolde   28 65  
Siddeburen 4   225 “2”
Slochteren     156  
Steendam   2 2  
Tjuchem   4    
Totaal 14 36 643 “2”

NB: de zorgobjecten Siddeburen betreffen Siertsheerd en De Deel (bij Siertsheerd horen meer verhuureenheden door een definitiekwestie)

4. Overheadkosten

Naast kosten verbonden aan schades maakt Lefier ook andere kosten verbonden aan aardbevingen. Dit betreft met name in- en externe overleguren en kosten van adviseurs. In 2018 hebben de gezamenlijke corporaties in het aardbevingsgebied een concept akkoord bereikt over de vergoeding van overheadkosten voor de periode 2014-2019. Deze vergoeding dekt niet alle kosten. Voor de periode tot en met 2019 bedragen deze voor Lefier € 495.205.

5. Gevolgen voor de jaarrekening

Als gevolg van bovenstaande omstandigheden bestaan in beperkte mate onzekerheden ten aanzien van de vastgoedwaardering per 31 december 2019. Gezien de status van de inventarisatie van de technische en economische schade aan het vastgoed, de status van de Praktijk Richtlijn voor Aardbevingsbestendig bouwen, het ontbreken van voldoende referentie-transacties (zeker bij complexgewijze verkopen die de basis vormen voor een marktwaarde waardering) en de lopende gesprekken en procedures met de Nationaal Coördinator Groningen, Dialoog-tafel, het Groninger Gasberaad, de NAM en het Ministerie van Economische Zaken zijn de financiële consequenties hiervan vooralsnog niet op voldoende betrouwbare wijze te bepalen.

Lefier heeft tevens beoordeeld of zij financieel in staat is om de gevolgen van de aardbeving schade (timing verschil tussen uitgaande kasstromen als gevolg van schade herstel en beperking en extra kosten in haar bedrijfsvoering én te ontvangen vergoedingen) op te vangen en de toekomstige bedrijfsvoering te kunnen continueren. Naar de mening van het bestuur, met de kennis ten tijde van het opstellen van het jaarrekening is er geen aanleiding om te veronderstellen dat Lefier hier niet toe in staat zou zijn. Een mogelijke lagere vastgoedwaardering heeft geen effect op de leningsvoorwaarden, de financiering is geborgd bij het waarborgfonds waarbij per balansdatum aan de criteria van het waarborgfonds (zijnde rentedekking, Solvabiliteit op beleidswaarde en Loan-to-value) wordt voldaan. Deze situatie leidt niet tot directe opeisbaarheid van de financiering. Lefier schat dit risico ten aanzien van de continuïteit op dit moment nog als laag in.

Corona

In maart 2020 is de impact van COVID-19 op Nederland en de rest van de wereld groot geworden. We hebben onze bedrijfsprocessen aangepast en afgestemd op de door het RIVM en de Rijksoverheid afgegeven richtlijnen en maatregelen.  

Het COVID-19 virus heeft impact op onze bedrijfsvoering. Het overgrote deel van de medewerkers kan de werkzaamheden vanuit huis voortzetten. Daar waar dit niet mogelijk is zijn passende maatregelen genomen. In principe vinden alle bedrijfsprocessen onverminderd plaats. Onderhouds- en investeringsactiviteiten worden daar waar noodzakelijk uitgesteld. Voor zover nu bekend zijn daar geen claims of nadelige financiële gevolgen uit te verwachten.

Wij verwachten een impact op onze operationele kasstromen door vertraagde ontvangst van huurstromen. Wij schatten op dit moment in dat deze impact dusdanig beperkt zal zijn dat hierdoor geen liquiditeitstekorten ontstaan. Onze huurstromen zijn omvangrijk en goed gespreid.

Onze financiering voor het komend jaar is geborgd via de reguliere processen. Wij hebben voldoende ruimte in onze kengetallen om aanvullende financiering op te kunnen nemen mocht dat noodzakelijk zijn. Een rentestijging heeft op korte termijn geen significante invloed op de kasstromen van Lefier. Wij zijn voor onze kasstromen niet afhankelijk van verkopen. De sectorbanken zijn naar verwachting in staat om in deze mogelijke behoefte te voorzien. Daarnaast beschikken wij over instrumenten als uitstel van onderhoud en investeringen om onze kasstromen positief te beïnvloeden. Indien noodzakelijk zullen wij ook gebruik maken van de overheidsmaatregelen ter ondersteuning van de economie. Op dit moment verwachten wij geen gebruik te hoeven te maken van de maatregelen zoals hierboven beschreven.

Hetgeen wij niet in de hand hebben is een mogelijke uitval van personeel door ziekte. Indien dit zich op grote schaal gaat voordoen, hetgeen nu niet het geval is, verwachten wij vertraging in de uitvoering van onze voorgenomen activiteiten en ook vertraging of mogelijk zelfs aanpassing van de realisatie van onze voorgenomen doelstellingen.

De omstandigheden zoals hiervoor omschreven bevatten onze verwachtingen met de kennis van heden. Deze omstandigheden zijn nog steeds omgeven met grote onzekerheden met betrekking tot de uiteindelijke impact van de pandemie op zowel de samenleving als de economie. Het is daarom ook redelijkerwijs niet mogelijk om de toekomstige effecten in te schatten.

Het bovenstaande in ogenschouw nemende zien wij geen reden om te twijfelen aan de continuïteit van de onderneming en hebben wij de jaarrekening opgemaakt op basis van continuïteit en achten wij de ingenomen schattingen in de jaarrekening nog steeds passend.

Gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB

Stichting Lefier heeft de gescheiden verantwoording DAEB/ niet-DAEB opgenomen in de toelichting op de enkelvoudige jaarrekening. De niet-DAEB activiteiten van stichting Lefier zien toe op:

  • Het verhuren van woningen die tot de niet-DAEB tak behoren; zijnde vrije sector huurwoningen met een huurprijs boven de liberalisatiegrens, met als doel het behaalde rendement bij te laten dragen in het realiseren van de portefeuille strategie van de DAEB tak.
  • Het verhuren van bedrijfs onroerend goed (BOG); zijnde winkels en kantoren.
  • Het verhuren van parkeergelegenheden.
  • Grondposities die binnen een termijn van 5 jaren geen bestemming sociale woningbouw hebben.

Om tot een gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzichten te komen, worden een aantal uitgangspunten gehanteerd. Een aantal toe te rekenen posten worden in overeenstemming met het dd. 14 december 2017 goedgekeurde scheidingsvoorstel volledig aan de DAEB-, dan wel aan de niet-DAEB activiteiten toegerekend. Voor andere niet direct toe te rekenen posten in de gescheiden balans, winst- en verliesrekening en kasstroomoverzichten wordt uitgegaan van een aantal veronderstellingen. De belangrijkste veronderstellingen zijn onderstaand nader toegelicht:

1. Directe scheiding op VHE-niveau

1. Directe scheiding op VHE-niveau
Balans Winst-en-verliesrekening Kasstromen
vastgoedbeleggingen huuropbrengsten huurontvangsten
voorraden opbrengsten servicecontracten vergoedingen
verkocht onder voorwaarden verkoopopbrengsten en -lasten (des)investeringen
debiteuren overige waardeveranderingen verkopen
latente belastingen niet- gerealiseerde waardeveranderingen verhuurderheffing
voorziening onrendabele investeringen verhuurderheffing -
- vennootschapsbelasting -

2. Gescheiden op basis van borging achterliggende financiering of aard activiteit

2. Gescheiden op basis van borging achterliggende financiering of aard activiteit
Balans Winst-en-verliesrekening Kasstromen
materiële vaste activa ten dienste van exploitatie afschrijvingen renteontvangsten
schulden/leningen overheid financiële baten - en lasten renteuitgaven
schulden/leningen kredietinstellingen leefbaarheid financieringskasstromen
interne lening - leefbaarheid
derivaten - -
deelnemingen - -

3. Toerekening op complexniveau en gescheiden op basis van relatieve verdeling eenheden in complex

3. Toerekening op complexniveau en gescheiden op basis van relatieve verdeling eenheden in complex
Balans Winst-en-verliesrekening Kasstromen
overige vorderingen lasten servicecontracten lasten servicecontracten
overige schulden lasten onderhoudsactiviteiten personeelskosten
crediteuren overige directe exploitatielasten lasten onderhoudsactiviteiten
overige voorzieningen - overige directe exploitatielasten
belastingen en premies sociale verzekeringen - -

5. Grondslagen voor waardering van activa en passiva

5.1 Algemeen

De jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met artikel 35 van de Herzieningswet toegelaten instellingen volkshuisvesting 2017, artikel 30 en 31 van Besluit toegelaten instellingen volkshuisvesting (BTIV) 2017, richtlijn 645 van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving (herzien 2018) en de Beleidsregels toepassing Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector ('WNT').

Activa en verplichtingen worden in het algemeen gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigings­prijs of de actuele waarde. Indien geen specifieke waarderingsgrondslag is vermeld vindt waardering plaats tegen de verkrijgingsprijs. In de balans, de winst-en-verliesrekening en het kasstroomoverzicht zijn referenties opgenomen. Met deze referenties wordt verwezen naar de toelichting. Toelichtingen op posten in de balans, winst-en-verliesrekening en kasstroomoverzicht worden in de jaarrekening genummerd.

5.2 Vergelijking met voorgaand jaar

De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd ten opzichte van het voorgaande jaar, met uitzondering van de stelselwijzigingen zoals opgenomen in hoofdstuk 4.  Algemene toelichting.

5.3 Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

Bedrijfsgebouwen en terreinen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs plus bijkomende kosten of vervaardigingsprijs onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur. Op terreinen wordt niet afgeschreven. Er wordt rekening gehouden met de bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht. Overige vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs inclusief direct toerekenbare kosten, onder aftrek van lineaire afschrijvingen gedurende de verwachte toekomstige gebruiksduur en bijzondere waardeverminderingen. Lefier beoordeelt op iedere balansdatum of er aanwijzingen zijn dat een vast actief aan een bijzondere waardevermindering onderhevig kan zijn. Indien dergelijke indicaties aanwezig zijn, wordt de realiseerbare waarde van het actief vastgesteld. Indien het niet mogelijk is de realiseerbare waarde voor het individuele actief te bepalen, wordt de realiseerbare waarde bepaald van de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort. Van een bijzondere waardevermindering is sprake als de boekwaarde van een actief hoger is dan de realiseerbare waarde; de realiseerbare waarde is de hoogste van de opbrengstwaarde en de bedrijfswaarde. Een bijzonder-waardeverminderingsverlies wordt direct als last verwerkt in de winst-en-verliesrekening onder gelijktijdige verlaging van de boekwaarde van het betreffende actief. De kosten van groot onderhoud worden verantwoord in de winst- en verliesrekening wanneer deze zich voordoen en indien deze niet levensduurverlengend zijn.

5.4 Vastgoedbeleggingen

Algemene uitgangspunten
Tenzij bij de afzonderlijke balansposten iets anders wordt vermeld gelden voor alle materiële vaste activa de volgende algemene uitgangspunten.

Verkrijgings- of vervaardigingsprijs
De verkrijgings- of vervaardigingsprijs wordt bepaald als de som van alle direct toe te rekenen uitgaven onder aftrek van afschrijvingen gedurende de geschatte toekomstige gebruiksduur. Op grond wordt niet afgeschreven. Voor zover verkregen subsidies kwalificeren als investeringssubsidie worden deze in mindering gebracht op de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
Tevens worden hierbij de rente op vreemd vermogen tijdens de bouw en direct toerekenbare interne kosten alsmede transactiekosten geactiveerd. Toerekening van rente vindt plaats in overeenstemming met paragraaf 6.3. Er wordt rekening gehouden met bijzondere waardeverminderingen die op balansdatum worden verwacht.

Indien grond gekocht is met opstallen, met de intentie de opstallen te slopen of teniet te laten gaan en vervolgens op de grond nieuwbouw te realiseren, dan maken de eventuele boekwaarde van de opstallen en de gemaakte sloopkosten deel uit van de verkrijgingsprijs van de grond.

Verwerking van groot onderhoud
Voor de toekomstige kosten van groot onderhoud en herstelkosten aan de bedrijfsgebouwen is geen voorziening voor groot onderhoud gevormd.

Lefier verwerkt de kosten van groot onderhoud aan haar materiële vaste activa als onderdeel van de boekwaarde indien wordt voldaan aan de criteria voor activering. De geactiveerde kosten worden als afzonderlijke component behandeld. Voor zover sprake is van vervanging van onderdelen van het actief wordt de nog aanwezige boekwaarde van deze onderdelen gedesinvesteerd. Indien de boekwaarde van deze te desinvesteren onderdelen niet afzonderlijk uit de activa registratie zijn te herleiden wordt deze benaderd op basis van de huidige uitgaven, teruggerekend naar de datum van oorspronkelijke investering, en indien van toepassing rekening houdend met de naar benadering tot het moment van vervanging hierover gepleegde afschrijvingen.

DAEB vastgoed in exploitatie en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

Typering

DAEB vastgoed omvat woningen, maatschappelijk vastgoed en overig sociaal vastgoed in exploitatie die volgens het op 14 december 2017 definitief goedgekeurde scheidingsvoorstel van Lefier als DAEB vastgoed classificeerden. Hierbij is rekening gehouden met mutaties in de DAEB portefeuille sinds die datum.

Over het algemeen zijn dit woningen met een huurprijs onder de huurtoeslaggrens, woningen boven de huurtoeslaggrens waarvan Lefier voornemens is  om deze in de toekomst als DAEB vastgoed te verhuren en maatschappelijk vastgoed. Maatschappelijk vastgoed is bedrijfsonroerend goed dat is verhuurd aan maatschappelijke organisaties, waaronder zorg-, welzijn-, onderwijs en culturele instellingen en dienstverleners.

Niet-DAEB vastgoed omvat woningen en overige objecten welke niet voldoen aan het criterium van het DAEB vastgoed.

Kwalificatie
Lefier richt zich op het realiseren van de volkshuisvestelijke taken. Dit betekent dat beleidskeuzes rondom het vastgoed primair worden gemaakt met in achtneming van haar taak als sociale huisvester. Daarnaast worden investeringsbeslissingen mede genomen op basis van een analyse van het financiële rendement. Een beperkt deel van de portefeuille is gealloceerd voor verkoop. Basis voor de waardering is het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde, met in achtneming van de relevante feiten en omstandigheden van de markt waarop de toegelaten instellingen actief zijn.

Het beleid van Lefier is er op gericht de vastgoedportefeuille continu te verversen. Voor het merendeel van het vastgoed vindt optimalisatie van het financiële rendement plaats. Een deel van de portefeuille is gealloceerd voor verkoop, een deel voor het maximaliseren van de vraaghuur en een deel voor renovatie en herstructurering gericht op waarde ontwikkeling.

Waarderingsgrondslag
Lefier waardeert haar vastgoed in exploitatie bij eerste verwerking tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Daarna vindt waardering plaats tegen de actuele waarde zijnde de marktwaarde in verhuurde staat. De waardering tegen marktwaarde in verhuurde staat vindt plaats overeenkomstig de methodiek die is opgenomen in bijlage 2 bij artikel 14 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2019’). Lefier past voor het volledige bezit de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde toe.

Marktwaarde in verhuurde staat is het geschatte bedrag waartegen vastgoed tussen een bereidwillige koper en een bereidwillige verkoper na behoorlijke marketing in een zakelijke transactie zou worden overgedragen op de peildatum, waarbij partijen met kennis van zaken, prudent en zonder dwang zouden hebben gehandeld.

Lefier past voor het volledige bezit de full versie van het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde toe.  De berekening van de marktwaarde geschiedt op een modelmatige wijze waarbij slechts bij waardering conform de full versie een externe taxateur wordt ingeschakeld. De nauwkeurigheid van de waardering, bij zowel waardering volgens de basisversie en full versie, geacht te liggen binnen een bandbreedte van 10% plus en min de waarde.

Complexindeling
Overeenkomstig het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde vindt waardering op waarderinsgscomplexniveau plaats. Elk waarderingscomplex bestaat uit vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type eenheid, bouwjaar en locatie. Daarnaast is het gehele waarderingscomplex als eenheid aan een derde partij te verkopen. Alle verhuureenheden van Lefier maken deel uit van een waarderingscomplex of vormen een afzonderlijk waarderingscomplex.

Waarderingsmethode
De marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie is gebaseerd op een modelmatige, op kasstromen gebaseerde methodiek. De basiskenmerken van de methodiek zijn als volgt:

  • De aannames aangaande de geprognosticeerde kasstromen zijn gebaseerd op de contractuele rechten en verplichtingen van de toegelaten instelling die rusten op het vastgoed.
  • De overige (na de contractperiode in acht te nemen) aannames en uitgangspunten zijn gebaseerd op gegevens van de markt waarop de toegelaten instelling actief is.
  • Feiten en omstandigheden die kunnen worden gekwalificeerd als verplichtingen die niet specifiek aan het vastgoed zijn toe te rekenen zijn (zoals bijvoorbeeld afgesloten convenanten met gemeenten over aan te houden volumes in huurprijscategorieën en mogelijk in de toekomst te maken prestatie afspraken) zijn niet opgenomen in de waardering van het vastgoed maar maken onderdeel uit van de niet uit de balans blijkende verplichtingen.
  • Het rekenmodel maakt gebruik van een Netto Contante Waardeberekening (NCW), ook wel Discounted Cash Flow (DCF) genaamd. Dit betekent dat voor een periode van 15 jaar  de inkomsten en uitgaven worden geschat en dat deze aan de hand van een disconteringsvoet “contant” worden gemaakt naar het heden. Daarnaast wordt een eindwaarde bepaald na afloop van de DCF-periode van 15 jaar (de zogenaamde exit yield).

Het inschatten van kosten en opbrengsten wordt gedaan aan de hand van twee scenario’s; doorexploiteren en uitponden. Bij doorexploiteren is de veronderstelling dat het volledige complex in bezit blijft gedurende de volledige DCF-periode. Het inrekenen van de markthuur dan wel de lagere maximale huur (WWS) geschiedt bij mutatie. Bij uitponden is de veronderstelling dat bij mutatie tot verkoop van individuele woningen wordt overgegaan.

Bij beide scenario’s wordt ervan uitgegaan dat het object/complex in zijn geheel aan een derde wordt verkocht en dat deze derde de afweging maakt tussen beide scenario’s. Per complex wordt uiteindelijk het scenario met de hoogste uitkomst gelijk gesteld aan het begrip “marktwaarde verhuurde staat”, zijnde de reële waarde waartegen de waardering van het vastgoed plaats vindt. Dit geldt met uitzondering van studentenhuisvesting, hier wordt standaard uitgegaan van het scenario doorexploiteren vanwege het ontbreken van een courante “kopersmarkt”.

Het inschatten van de kosten en opbrengsten wordt op basis van een marktconform uitgangspunt gedaan. De volgende parameters worden hierbij gehanteerd:

  • Prijsinflatie ten behoeve van de jaarlijkse indexatie van de ingerekende contracthuur, de markthuur, de maximale huur en de liberalisatiegrens, belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten;
  • Loonstijging als uitgangspunt voor de stijging van de beheerskosten;
  • Bouwkostenstijging vormt het uitgangspunt voor de stijging van de onderhoudskosten, de verkoopkosten en de verouderingskosten;
  • Leegwaardestijging is de basis voor de stijging van de verkoopopbrengst in het uitpondscenario.

Lefier heeft de in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2019 voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast. De belangrijkste uitgangspunten zijn:

Parameters woongelegenheden 2019 2020 2021 2022 2023 e.v.
Prijsinflatie 2,60% 1,30% 1,50% 1,80% 2,00%
Looninflatie 2,50% 2,50% 2,50% 2,50% 2,50%
Bouwkostenstijging 4,40% 3,50% 2,50% 2,50% 2,50%
Leegwaardestijging (Groningen stad) 2,00% 5,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Leegwaardestijging (prov. Groningen) 2,00% 3,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Leegwaardestijging (prov. Drenthe) 2,00% 4,00% 2,00% 2,00% 2,00%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar – zelfstandige eenheden 1,00% 1,00% 1,20% 1,30% 0,50%
Huurstijging boven prijsinflatie voorgaand jaar – onzelfstandige eenheden 0,00% 0,00% 0,00% 0,00% 0,00%

Instandhoudingsonderhoud per vhe (incl. mutatie)    
EGW € 458 - € 1206 in 2018 werd instandhou-
MGW € 458 - € 1648 dingsonderhoud en mutatie
Studenteneenheid € 247 - € 551 als twee gescheiden een-
Zorgeenheid (extramuraal) nvt heden gezien.

Beheerkosten per vhe: 2019 2018
EGW 447 436
MGW 439 428
Studenteneenheid 413 403
Zorgeenheid (extramuraal) 405 395
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,17%-0,21% 0,17%-0,21%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,09% 0,12%
Verhuurderheffing (% van de WOZ) 0,56% 0,56%
Huurderving (% van de theoretische huursom) 1,00% 1,00%
Mutatiekans bij doorexploiteren 10,00% 10,00%
Mutatiekans bij uitponden 5,00% 5,00%
Mutatieleegstand DAEB 0 maanden o maanden
Mutatieleegstand niet-DAEB 3 maanden 3 maanden
Verkoopkosten bij uitponden (% van de leegwaarde) 1,40% 1,50%
Disconteringsvoet 5,00% 5,96%

Voor splitsingskosten is een norm gehanteerd van € 631 per te splitsen eenheid. De overdrachtskosten, bestaande uit overdrachtsbelasting alsmede notaris- en registratiekosten, bedragen 3% van de berekende waarde van een verhuureenheid.

Parameters bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed 2019 2018
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo € 5,60 /€ 6,80 € 5,40 /€ 6,55
Mutatieonderhoud per m2 bvo € 9,40 /€ 11,40 € 9,00 /€ 10,80
Beheerkosten % van de markthuur - BOG 3,00% 3,00%
Beheerkosten % van de markthuur - MOG 2,00% 2,00%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,21%-0,50% 0,21%-0,50%
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet 8,50% / 7,25% 8,96% / 7,71%

Parameters intramuraal zorgvastgoed 2019 2018
Instandhoudingsonderhoud per m2 bvo 9 8,6
Mutatieonderhoud per m2 bvo 11,4 10,8
Beheerkosten 2,50% 2,50%
Gemeentelijke OZB (% van de WOZ) 0,35%  
Belastingen, verzekeringen en overige zakelijke lasten (% van de WOZ) 0,13% 0,13%
Disconteringsvoet 7,25% 7,71%

Lefier heeft de in het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2019 voorgeschreven parameters en uitgangspunten toegepast. Onder toepassing van de full-versie heeft Lefier de voor de volgende vrijheidsgraden van het Handboek afwijkende standpunten ingenomen, rekening houdend met de specifieke omstandigheden van het bezit en/of de omgeving waarbinnen Lefier opereert.

     
Vrijheidsgraad Uitgangspunt Handboek Aanpassing Lefier 
Schematische vrijheid Separate kasstromen specifiek tonen Conform basisversie
Markthuur(stijging) Prijsinflatie Basis (en stijging) conform afspraak noordelijk marktwaarde-overleg en fine-tuning op basis van markthuurreferenties.
Exit Yield Modelmatig bepaald De exit yield is bepaald door de taxateur op basis van referentietransacties
Leegwaarde WOZ-waarde Modelmatig bepaald en vastgesteld door taxateur op comparatieve wijze op basis van referentie transacties
Leegwaardestijging Normering naar provincie of 4 grote steden Conform afspraak noordelijk marktwaarde-overleg
Disconteringsvoet uitponden/doorexploiteren Modelmatig vastgesteld Basis conform afspraak noordelijk markwaarde-overleg fine-tuning per complex op basis van daadwerkelijke beleggingsmarktreferenties en verhouding kapitalisatiefactor vs huur/leegwaarde
Mutatie- en verkoopkans Op basis van afgelopen 5 jaar Grotendeels op basis van Basisversie
Onderhoud Normbedrag per type Normbedrag per type eenheid (VTW-norm)
  verhuureenheid  
Technische splitsingskosten Genormeerd bedrag Conform basisversie
Erfpacht Niet van toepassing Geen
Bijzondere uitgangspunten Niet van toepassing Geen

De invulling van deze vrijheidsgraden is door de externe taxateur beoordeeld op aannemelijkheid en betrokken in de full taxaties.

Gehanteerde werkwijze taxaties 

Jaarlijks wordt de waardering van 1/3 deel van de portefeuille vastgoed in exploitatie door externe onafhankelijke taxateurs gevalideerd door middel van gevel/zicht taxatie. Tevens vindt een toets op de waardering plaats op basis van beschikbare referentietransacties. De overige 2/3 deel van de portefeuille vastgoed in exploitatie worden door middel van een interne taxatie bepaald en gevalideerd. Het BOG is volledig door de taxateur gewaardeerd, waarvan een deel door een markttechnische update.

Mutatie marktwaarde in verhuurde staat

Mutaties in de reële waarde van vastgoed in exploitatie worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’.

Herwaardering

De herwaarderingsreserve wordt bepaald als het positieve verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat en de initiële verkrijgings- of vervaardigingsprijs (zonder rekening te houden met enige afschrijving of waardevermindering) en onder aftrek van (latente) belastingverplichtingen.

Bepaling beleidswaarde (ten behoeve van de toelichting)

Het WSW en de Aw hebben in het kader van het nieuwe integraal toezichtskader besloten om met ingang van het boekjaar 2018 de in voorgaande jaren gehanteerde bedrijfswaarde te vervangen door een nieuw waardebegrip, de beleidswaarde. Corporaties vermelden m.i.v. het jaarverslag 2018 de beleidswaarde in plaats van de bedrijfswaarde in de toelichting van de jaarrekening. In het bestuursverslag wordt een beleidsmatige beschouwing opgenomen.

De beleidswaarde sluit aan op het beleid van Lefier en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed in exploitatie, uitgaande van dit beleid. Onder de beleidswaarde wordt verstaan de contante waarde van de aan een actief of samenstel van activa (kasstroom genererende eenheden) toe te rekenen toekomstige kasstromen uitgaande van het beleid van Lefier. De grondslagen voor de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie (zelfstandige- en onzelfstandige woongelegenheden) komen overeen met de grondslagen voor de bepaling van de marktwaarde, met uitzondering van:

  1. Enkel uitgaan van het door exploiteerscenario, derhalve geen rekening houden met een uitpondscenario en geen rekening houden met voorgenomen verkopen van vastgoed in exploitatie. Hierbij wordt tevens uitgegaan van eeuwigdurende looptijd in de eindwaarde. Ten aanzien van de gehanteerde exit yield wordt direct aangesloten bij de gehanteerde methodiek volgens het Handboek modelmatig waarderen. Deze is daarmee niet langer als vrijheidsgraad toegepast.
  2. Inrekening van de intern bepaalde streefhuur in plaats van de markthuur, vanaf het ingeschatte moment van (huurders)mutatie. De streefhuur betreft de huur die volgens het beleid van de corporatie bij mutatie in rekening wordt gebracht, passend binnen de geldende wet- en regelgeving, feitelijke beklemmingen en prestatieafspraken met gemeenten. Lefier hanteert in haar beleid een generieke korting van 28,5% en opslagen voor de markt-aantrekkelijkheid van de woning en afslagen voor die woningen die qua duurzaamheid een hogere energie-index hebben (en daarmee hogere energielasten voor onze huurders, via afslagen willen we dit  gedeeltelijk compenseren).
  3. Inrekening van toekomstige onderhoudslasten. De componenten instandhoudingsonderhoud en mutatie-onderhoud zijn vervangen door een nominale eigen onderhoudsnorm.
  4. Inrekening van toekomstige lasten verhuur- en beheeractiviteiten in plaats van marktconforme lasten ter zake. Hieronder worden verstaan de directe en indirecte kosten die rechtstreeks zijn te relateren aan de verhuur- en beheeractiviteiten van de corporatie en zoals deze worden opgenomen onder het hoofd ‘lasten verhuur en beheeractiviteiten’ in de resultatenrekening. In de norm is rekening gehouden met een 10% besparing in  de lasten verhuur en beheeractiviteiten. Een beleidsdoelstelling die door Bestuur is geformaliseerd in het Financieel Beleidsplan. Lefier hanteert hierbij de volgende uitgangspunten ten opzichte van de marktwaarde:

Beleidsnormen - woningenportefeuille

Beleidsnormen - woningenportefeuille
(normbedrag per woning x € 1,-) beleidsnorm onderhoud verhuur en beheer *overige exploitatielasten beleidsnorm beheer
sociale woningen  1.725   515   465   980 
te liberaliseren woningen  750   515   865   1.380 
vrije sector woningen  750   515   865   1.380 
studentenhuisvesting  875   515   290   805 
* zonder verhuurderheffing en saneringssteun        

De beleidswaarde van intramuraal vastgoed en de niet-woongelegenheden is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten. Voor zover afwijkend voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat gehanteerde uitgangspunten, zijn de gehanteerde uitgangspunten voor de toekomstige exploitatie – zoals toegepast voor de bepaling van de beleidswaarde van de activa in exploitatie - afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten verhuur en beheeractiviteiten) en geënt op de wettelijke voorschriften opgenomen in RTiV artikel 151. Lefier heeft hierbij uitgangspunten bepaald die mede van invloed zijn op de beleidswaarde. Wijzigingen van deze uitgangspunten zijn derhalve van invloed op deze waarde.

Vastgoed in ontwikkeling voor eigen exploitatie

Typering
Dit betreffen complexen in aanbouw die zijn bestemd om te worden ingezet als vastgoed in exploitatie.

Waarderingsgrondslag
Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie wordt gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs en toegerekende kosten van het werkapparaat uit hoofde van voorbereiding, toezicht en directievoering of lagere marktwaarde.

Tijdens de bouw wordt rente toegerekend vanaf het moment dat daadwerkelijk met ontwikkeling is gestart. De geactiveerde rente wordt berekend tegen de gemiddelde rentevoet over het totale vreemde vermogen. Voor onroerende zaken waarvoor specifieke financiering is aangetrokken wordt de interestvoet van deze specifieke financiering gehanteerd.

De aannames gedaan bij de financiële impact van feitelijke verplichtingen kunnen afwijken bij daadwerkelijke realisatie van de projecten. Planvorming kan ondermeer wijzigingen in de tijd ondergaan door bewegingen in het prijsniveau van leveranciers, wettelijke procedures en aanpassingen in de voorgenomen bouwproductie.

Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
Lefier verkoopt woningen onder voorwaarden waarbij de koper een contractueel bepaalde korting op de actuele waarde krijgt. De verwerking van dergelijke transacties hangt af van de contractuele voorwaarden. Lefier onderscheidt hierbij gerealiseerde verkopen, en verkopen welke kwalificeren als een financieringstransactie.

Als financieringstransactie kwalificeren:

  • Verkopen waarbij Lefier het recht op terugkoop heeft tegen een bedrag dat significant lager ligt dan de verwachte reële waarde op terugkoopmoment;
  • Verkopen waarbij Lefier een plicht tot terugkoop heeft tegen reële waarde na het verstrijken van een beperkt deel van de geschatte levensduur;
  • Verkopen waarbij Lefier een plicht tot terugkoop heeft tegen een vaste prijs, gebaseerd op de verwachte reële waarde op terugkoopmoment.

Verkopen onder voorwaarden die niet als financieringstransactie kwalificeren zijn verkooptransacties.

De als financieringstransactie gekwalificeerde verkopen onder voorwaarden worden als volgt verwerkt:

  • De betreffende onroerende zaken worden direct voorafgaand aan de verkoop gewaardeerd tegen actuele waarde zijnde de met de koper overeengekomen contractprijs; het verschil met de boekwaarde op dat moment wordt verwerkt:
    • Bij een waardedaling: als een negatieve herwaardering indien en voor zover er voor de betreffende woning(en) op dat moment nog sprake is van een ongerealiseerde waardestijging, en voor het overige als een bijzonder waardeverminderingsverlies;
    • Bij een waardestijging: als een herwaardering indien en voor zover de actuele waarde hoger is dan de boekwaarde op dat moment, en voor een eventueel resterende overige waardestijging als terugname van een bijzonder waardeverminderingsverlies;
  • De woning wordt voor de overeengekomen contractprijs opgenomen onder de Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden; de (nog te) ontvangen contractprijs wordt opgenomen als Verplichtingen uit hoofde van Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden (eerste waardering). 
  • De woning wordt jaarlijks per balansdatum gewaardeerd tegen de marktwaarde op basis van de geldende contractvoorwaarden van de verkoop onder voorwaarden; eventuele waarde mutaties worden verwerkt als ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’.

De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd op het bedrag dat de toegelaten instelling verschuldigd zou zijn indien op balansmoment het actief tegen de overeengekomen contractvoorwaarden teruggekocht zou moeten worden. Eventuele mutaties in deze verplichtingen worden in het resultaat verwerkt als ‘Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille’.

Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden wordt de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

Indien de terugkoop gerealiseerd is vindt verwerking afhankelijk van de beleidsdoelstelling plaats:

  • Indien het beleidsvoornemen bestaat om de woning te verkopen zal verantwoording plaatsvinden onder de voorraden. Waardering vindt plaats tegen de waarde waarop de woning is teruggekocht;
  • Indien de woning een “verhuur-bestemming” krijgt wordt deze woning opgenomen onder het vastgoed in exploitatie. Waardering vindt plaats op basis van de marktwaarde in verhuurde staat volgens het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde;
  • Bij gelijkblijvende bestemming blijft classificatie onder verkopen onder voorwaarden van toepassing. Waardering vindt plaats tegen de waarde waartegen terugkoop heeft plaatsgevonden.

5.5 Financiële vaste activa

Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend
Deelnemingen waarin invloed van betekenis kan worden uitgeoefend worden gewaardeerd volgens de vermogensmutatiemethode (nettovermogenswaarde). Wanneer 20% of meer van de stemrechten uitgebracht kan worden, wordt er van uitgegaan dat er invloed van betekenis is. De nettovermogenswaarde wordt berekend volgens de grondslagen die gelden voor deze jaarrekening; voor deelnemingen waarvan onvoldoende gegevens beschikbaar zijn voor aanpassing aan deze grondslagen, wordt uitgegaan van de waarderingsgrondslagen van de betreffende deelneming.

Indien de waarde van een deelneming volgens de nettovermogenswaarde negatief is, wordt deze op nihil gewaardeerd. Indien en voor zover Woningcorporatie Lefier in deze situatie geheel of ten dele instaat voor de schulden van de deelneming respectievelijk het stellige voornemen heeft de deelneming tot betaling van haar schulden in staat te stellen wordt een voorziening getroffen.

De eerste waardering van gekochte deelnemingen is gebaseerd op de reële waarde van de identificeerbare activa en passiva op het moment van acquisitie. Voor de vervolgwaardering worden de grondslagen toegepast die gelden voor deze jaarrekening, uitgaande van de waarden bij eerste waardering.

Andere deelnemingen
Deelnemingen waar geen invloed van betekenis kan worden uitgeoefend worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. Indien sprake is van een bijzondere waardevermindering vindt waardering plaats tegen de realiseerbare waarde; afwaardering vindt plaats ten laste van de winst-en-verliesrekening.

Latente belastingvorderingen
Latente belastingvorderingen worden opgenomen voor verrekenbare fiscale verliezen en voor verrekenbare tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en passiva volgens fiscale voorschriften enerzijds en de in deze jaarrekening gevolgde waarderingsgrondslagen anderzijds, met dien verstande dat latente belastingvorderingen alleen worden opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale winst zal zijn waarmee de tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en verliezen kunnen worden gecompenseerd.

De berekening van de latente belastingvordering geschiedt tegen de op het einde van het verslagjaar geldende belastingtarieven of tegen de in komende jaren geldende tarieven, voor zover deze per balansdatum al bij wet zijn vastgesteld. Latente belastingvorderingen worden gewaardeerd tegen contante waarde. De gehanteerde disconteringsvoet betreft 2,38% (2018: 2,45%).

Uitgesteld hedgeresultaat 

De leningen worden initieel gewaardeerd tegen de reële waarde van het verstrekte bedrag. Vervolgens vindt waardering plaats tegen geamortiseerde kostprijs waarbij rekening wordt gehouden met een eventuele bijzondere waardevermindering. De disagio wordt gedurende de looptijd ten laste van het resultaat gebracht als onderdeel van de effectieve rente. Ook transactiekosten worden verwerkt in de eerste waardering en als onderdeel van de effectieve rente ten laste van het resultaat gebracht. Er zijn geen (andere) contractuele bepalingen (zekerheden) inzake de leningen vastgelegd.

Overige vorderingen
Gewaardeerde optiepremie vanuit contract met extendible lening als gevolg van toepassing Richtlijn 290: Financiële instrumenten. De optiepremie wordt lineair geamortiseerd over de looptijd van het contract.

Bijzondere waardeverminderingen van financiële vaste activa
Voor vaste activa, waaronder financiële instrumenten beoordeelt Lefier op iedere balansdatum of er objectieve aanwijzingen zijn voor bijzondere waardeverminderingen van een financieel actief of een groep van financiële activa. Bij aanwezigheid van objectieve aanwijzingen voor bijzondere waardeverminderingen bepaalt Lefier de omvang van het verlies uit hoofde van de bijzondere waardeverminderingen, en verwerkt dit direct in de winst-en-verliesrekening.

Bij financiële activa die gewaardeerd zijn tegen geamortiseerde kostprijs wordt de omvang van de bijzondere waardevermindering bepaald als het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de best mogelijke schatting van de toekomstige kasstromen, contant gemaakt tegen de effectieve rentevoet van het financiële actief zoals die is bepaald bij de eerste verwerking van het instrument.

Een eventueel bijzonder waardeverminderingsverlies wordt teruggenomen indien de afname van de waardevermindering verband houdt met een objectieve gebeurtenis na afboeking. De terugname wordt beperkt tot maximaal het bedrag dat nodig is om het actief te waarderen op de geamortiseerde kostprijs op het moment van de terugname, als geen sprake geweest zou zijn van een bijzondere waardevermindering. Het teruggenomen verlies wordt in de winst-en-verliesrekening verwerkt.

5.6 Voorraden

Vastgoed bestemd voor de verkoop
Opgeleverd vastgoed beschikbaar en bestemd voor de verkoop wordt gewaardeerd op vervaardigingsprijs of lagere opbrengstwaarde. De vervaardigingsprijs omvat alle kosten die samenhangen met de verkrijging of vervaardiging, alsmede gemaakte kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. In de kosten van vervaardiging zijn begrepen directe loonkosten en toeslagen voor aan de productie gerelateerde indirecte vaste en variabele kosten, alsmede de in overeenstemming met paragraaf 6.3 toegerekende rente.

De opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

Voorraden
De voorraden grond- en hulpstoffen worden gewaardeerd op verkrijgingsprijzen onder toepassing van de FIFO-methode (first in, first out) of lagere opbrengstwaarde.

De verkrijgings- of vervaardigingsprijs bestaat uit alle kosten die samenhangen met de verkrijging of vervaardiging alsmede de gemaakte kosten om de voorraden op hun huidige plaats en in hun huidige staat te brengen. In de kosten van vervaardiging zijn begrepen directe loonkosten en toeslagen voor aan de productie gerelateerde indirecte vaste en variabele kosten, waaronder de kosten van het bedrijfsbureau, de onderhoudsafdeling en interne logistiek. 

De lagere opbrengstwaarde is de geschatte verkoopprijs onder aftrek van direct toerekenbare verkoopkosten. Bij de bepaling van de opbrengstwaarde wordt rekening gehouden met de incourantheid van de voorraden.

5.7 Vorderingen

Vorderingen worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde van de tegenprestatie. Vorderingen worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs, veelal gelijk aan de nominale waarde.

Een voorziening voor oninbaarheid gebaseerd op een statische beoordeling per balansdatum wordt in mindering gebracht op de boekwaarde van de vordering.

5.8 Liquide middelen

Liquide middelen bestaan uit kas, banktegoeden en direct opeisbare deposito’s met een looptijd korter dan twaalf maanden. Rekening-courantschulden bij banken zijn opgenomen onder schulden aan kredietinstellingen onder kortlopende schulden. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

5.9 Eigen vermogen

Herwaarderingsreserve

Een herwaarderingsreserve wordt gevormd voor het positieve verschil tussen de marktwaarde van activa en de boekwaarde op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

In de herwaarderingsreserve worden de ongerealiseerde waardevermeerderingen van de onroerende zaken in exploitatie opgenomen. Er is sprake van een ongerealiseerde waardevermeerdering indien de marktwaarde van een waarderingscomplex op balansdatum hoger is dan de boekwaarde op basis van de verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs zonder rekening te houden met afschrijving of bijzondere waardevermindering. Indien op een waarderingscomplex in het verleden een waardevermindering is verantwoord, dan wordt pas een herwaarderingsreserve gevormd voor het betreffende complex voor zover de marktwaarde hoger is dan de boekwaarde op basis van verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Het gerealiseerde deel van de herwaarderingsreserve van op marktwaarde gewaardeerde onroerende zaken in exploitatie worden rechtstreeks ten gunste van de overige reserves verantwoord. Aangezien de waardevermeerdering van de onroerende zaken in exploitatie reeds ten gunste van de winst- en verliesrekening is gebracht (en in verband hiermee een herwaarderingsreserve is gevormd) is verwerking van de daaropvolgende realisatie niet ten gunste van de winst- en verliesrekening gebracht.

5.10 Voorzieningen

Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen en verliezen die op balansdatum bestaan waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijk is en waarvan de hoogte redelijkerwijs kan worden geschat. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de beste schatting van de bedragen die noodzakelijk zijn om de verplichtingen per balansdatum af te wikkelen. De voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde van de uitgaven die naar verwachting noodzakelijk zijn om de verplichtingen af te wikkelen, tenzij anders vermeld.

Wanneer de verwachting is dat een derde de verplichtingen vergoedt, en wanneer het waarschijnlijk is dat deze vergoeding zal worden ontvangen bij de afwikkeling van de verplichting, dan wordt deze vergoeding als een actief in de balans opgenomen.

Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen
Bij de bepaling van voorzieningen wordt uitgegaan van in rechte afdwingbare of feitelijke verplichtingen die op de balansdatum bestaan. Tot de feitelijke verplichtingen worden ook gerekend verplichtingen die kunnen worden gekwalificeerd als “intern geformaliseerd en extern gecommuniceerd”. Hiervan is sprake wanneer uitingen namens de corporatie zijn gedaan richting huurders, gemeenten en overige stakeholders aangaande verplichtingen inzake toekomstige herstructureringen en toekomstige nieuwbouwprojecten. Een feitelijke verplichting is gekoppeld aan het besluitvormingsproces van de corporatie rondom projectontwikkeling en herstructurering. Van een feitelijke verplichting is sprake indien de formalisering van de definitief ontwerp fase en afgeleid het aanvragen van de bouwvergunning heeft plaatsgevonden. 

Verwachte verliezen als gevolg van onrendabele investeringen nieuwbouw worden als bijzondere waardeverandering in mindering gebracht op de boekwaarde van het complex waartoe de investeringen gaan behoren. Indien en voor zover de verwachte verliezen de boekwaarde van het betreffende complex overtreffen wordt voor dit meerdere een voorziening gevormd. Onder verwachte verliezen wordt in dit verband verstaan de netto contante waarde van alle investeringsuitgaven (verwachte stichtingskosten) minus aan deze investering toe te rekenen ontvangsten (verwachte marktwaarde verhuurde staat).

Voorziening latente belastingverplichtingen
Latente belastingverplichtingen worden opgenomen voor tijdelijke verschillen tussen de waarde van de activa en verplichtingen volgens fiscale voorschriften enerzijds en de boekwaarden die in deze jaarrekening gevolgd worden anderzijds. De berekening van de latente belastingverplichtingen geschiedt tegen de belastingtarieven die op het einde van het verslagjaar gelden of tegen de tarieven die in de komende jaren gelden, voor zover deze al bij wet zijn vastgesteld.

Latente belastingen worden verantwoord voor tijdelijke verschillen inzake groepsmaatschappijen, deelnemingen en joint ventures, tenzij Lefier in staat is het tijdstip van afloop van het tijdelijk verschil te bepalen en het niet waarschijnlijk is dat het tijdelijke verschil in de voorzienbare toekomst zal aflopen. In het geval het zeer waarschijnlijk is dat voor het betreffende actief of passief geen fiscale afwikkeling gedurende de levensduur plaats zal vinden, wordt rekening gehouden met de fiscale afwikkeling gebaseerd op de voorgenomen wijze van realisatie na afloop van de levensduur.

Belastinglatenties worden gewaardeerd op basis van contante waarde.

Overige voorzieningen
De overige voorzieningen worden opgenomen tegen de voor de afwikkeling van de voorziening naar verwachting noodzakelijke uitgaven. Deze uitgaven zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, tenzij hieronder anders is aangegeven. De stichting onderkent de volgende overige voorzieningen:

  • Jubilea. Deze wordt opgenomen tegen de contante waarde van de verwachte uitkeringen gedurende het dienstverband. Bij de berekening van de voorziening wordt onder meer rekening gehouden met verwachte salarisstijgingen en de blijfkans. Als disconteringsvoet voor de contantmaking is 2,38 % (2018: 2,45 %) gehanteerd.
  • Loopbaanontwikkeling. Deze voorziening wordt opgenomen op basis van de in de CAO aangegeven regeling om gebruik te maken van de regeling Loonbaanontwikkeling (ILOB). Voor het bepalen van de voorziening wordt bepaald wat de kans is dat het bedrag, waarop de medewerker onder voorwaarden aanspraak kan maken, ook daadwerkelijk wordt benut.

5.11 Langlopende schulden

Langlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde.  Transactiekosten die direct zijn toe te rekenen aan de verwerving van de schulden worden in de waardering bij eerste verwerking opgenomen. Schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten.

Het verschil tussen de bepaalde boekwaarde en de uiteindelijke aflossingswaarde wordt op basis van de effectieve rente gedurende de geschatte looptijd van de schulden in de winst-en-verliesrekening als interestlast verwerkt.

Voor extendible /tijdvakleningen wordt de effectieve rente bepaald op basis van de gemiddelde contractuele rente over de volledige looptijd van de lening, ervan uitgaande dat de vaste rente in het tweede tijdvak betaald moet worden.

De aflossingsverplichting voor het komend jaar van de langlopende schulden is opgenomen onder de kortlopende schulden.

In het kader van de verkoop van woningen onder voorwaarden heeft de corporatie een terugkoopverplichting die mede afhankelijk is van de ontwikkeling van de waarde van de woningen in het economisch verkeer en de specifieke contractuele voorwaarden. De terugkoopverplichting wordt jaarlijks gewaardeerd. Indien de verwachting bestaat dat de terugkoop binnen één jaar zal plaatsvinden is de verplichting onder de kortlopende schulden verantwoord.

In leningen besloten derivaten worden afgesplitst en separaat verantwoord indien er geen nauw verband bestaat tussen de economische kenmerken en risico's van het in het contract besloten derivaat en de economische kenmerken en risico's van het basiscontract. Voor de waardering en resultaatbepaling van deze embedded derivaten wordt verwezen naar paragraaf 5.13.

5.12 Leasing

Financiële leasing
De stichting leaset activa waarbij de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom van deze activa grotendeels aan de stichting toekomen. Deze activa worden geactiveerd in de balans bij de aanvang van het leasecontract tegen de reële waarde van het actief of de lagere contante waarde van de minimale leasetermijnen. De te betalen leasetermijnen worden op annuïtaire wijze verdeeld in een aflossings- en een rentecomponent. De leaseverplichtingen worden exclusief de rentecomponent opgenomen onder de langlopende schulden. De rentecomponent wordt gedurende de looptijd van het contract verantwoord in de winst-en-verliesrekening met een vast rentepercentage over de gemiddelde resterende aflossingscomponent. De relevante activa worden afgeschreven over de resterende gebruiksduur of, indien korter, de looptijd van het contract.

Operationele leasing
Leasecontracten waarbij een groot deel van de voor- en nadelen verbonden aan de eigendom niet bij Lefier ligt, worden verantwoord als operationele leasing. Verplichtingen uit hoofde van operationele leasing worden, rekening houdend met ontvangen vergoedingen van de lessor, op lineaire basis verwerkt in de winst-en-verliesrekening over de looptijd van het contract.

5.13 Afgeleide financiële instrumenten (derivaten)

Lefier maakt gebruik van rentederivaten en heeft embedded derivaten welke zijn afgescheiden van het basiscontract.

Derivaten worden bij eerste opname in de balans opgenomen tegen reële waarde, de vervolgwaardering van de derivaten is geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde. De wijze van verwerking van waardeveranderingen van het afgeleide financiële instrument is afhankelijk van of met het afgeleide financiële instrument hedge accounting wordt toegepast. Indien geen kostprijs hedge accounting wordt toegepast, wordt door Lefier een schuld opgenomen voor een eventuele  negatieve reële waarde van het derivaat. Mutaties in de negatieve waarde worden direct in de winst- en verliesrekening verwerkt.

Lefier past waar mogelijk kostprijs hedge accounting toe. Op het moment van aangaan van een hedge relatie, wordt dit door Lefier gedocumenteerd. Lefier stelt middels een test periodiek de effectiviteit van de hedge relatie vast. Dit gebeurt door het vergelijken van de kritische kenmerken van het hedge instrument met die van de afgedekte positie, of door het vergelijken van de verandering in reële waarde van het hedge-instrument en de afgedekte positie indien de kritische kenmerken van het hedge instrument en die van de afgedekte positie niet aan elkaar gelijk zijn.

Bij het toepassen van kostprijshedge-accounting is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de resultaatbepaling van het hedge-instrument afhankelijk van de afgedekte post. Dit betekent dat Lefier derivaten tegen kostprijs waardeert omdat de afgedekte leningen ook tegen kostprijs in de balans worden verwerkt.

Het ineffectieve deel van de hedgerelatie wordt direct in de winst-en-verliesrekening verwerkt indien het hedge instrument een negatieve reële waarde heeft.

5.14 Kortlopende schulden

Kortlopende schulden worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Kortlopende schulden worden na eerste verwerking gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs, zijnde het ontvangen bedrag rekening houdend met agio of disagio en onder aftrek van transactiekosten. Dit is meestal de nominale waarde.

6. Grondslagen voor bepaling van het resultaat

6.1 Algemeen

Het resultaat wordt bepaald als verschil tussen de opbrengstwaarde van de geleverde prestaties en de kosten en andere lasten over het jaar. De resultaten op transacties worden verantwoord in het jaar waarin zij zijn gerealiseerd; verliezen reeds zodra zij voorzienbaar zijn.

Het resultaat wordt tevens bepaald met inachtneming van de verwerking van ongerealiseerde waardeveranderingen van op actuele waarde gewaardeerde vaste activa en afgeleide financiële instrumenten.

De winst- en verliesrekening wordt verantwoord op basis van de functionele indeling. Omdat Lefier naast verhuuractiviteiten, tevens activiteiten verrichten op het gebied van ontwikkeling van vastgoed en verkoop van delen van de vastgoedportefeuille, geeft de functionele indeling de gebruiker van de jaarrekening een beter inzicht dan de categoriale indeling.

In de functionele winst- en verliesrekening zijn alle opbrengsten direct toe te rekenen aan de activiteiten van Lefier. Bij de kosten is er een onderscheid tussen de direct toerekenbare kosten en de indirecte kosten. De direct toerekenbare kosten worden bij het betreffende onderdeel verantwoord. De toerekening van de indirecte kosten aan de onderscheiden onderdelen van de functionele winst- en verliesrekening gebeurt op basis van verdeelsleutels.

6.2 Bedrijfsopbrengsten

Opbrengstverantwoording algemeen
Opbrengsten uit de levering van goederen worden verwerkt zodra alle belangrijke rechten en risico’s met betrekking tot de eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper.
Opbrengsten uit de levering van diensten geschieden naar rato van de geleverde prestaties, gebaseerd op de verrichte diensten tot aan de balansdatum in verhouding tot de in totaal te verrichten diensten.

Huuropbrengsten

De jaarlijkse huursomstijging is van overheidswege gebonden aan een maximum. Voor het verslagjaar 2019 bedroeg dit wettelijk toegestane maximumpercentage 2,6%. In 2019 heeft Lefier geen gebruik gemaakt van de inkomensafhankelijke huurverhoging. De huurverhoging was voor de sociale huurwoningen, inclusief onzelfstandige eenheden, gemiddeld 1,5%. Voor niet-woningen o.a. parkeerplaatsen en garages was de huurverhoging 4,1% en voor BOG 2,6%, tenzij contractueel anders afgesproken.

Opbrengsten servicecontracten
Dit betreffen ontvangen bedragen van huurders en bewoners ter dekking van te maken en gemaakte servicekosten. Jaarlijks vindt verrekening plaats op basis van de daadwerkelijke bestedingen. De kosten worden verantwoord onder de lasten servicecontracten.

Overheidsbijdragen
Onder deze post zijn de volgende elementen opgenomen:

  • vrijval uit de egalisatierekening rijksbijdragen;
  • overige overheidsbijdragen.

Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille:
Onder deze rubriek worden de volgende verkoopopbrengsten opgenomen

  • Gerealiseerde verkopen van vastgoed in exploitatie;
  • Verkoopopbrengst bij levering van Vastgoed bestemd voor de verkoop, in exploitatie en verkocht onder voorwaarden.

Opbrengsten worden verantwoord op het moment van levering (passeren transportakte).  
De kosten die toe te rekenen zijn aan de verkoop van de vastgoedportefeuille worden verantwoord onder de toegerekende organisatiekosten.

6.3 Bedrijfslasten

Lastenverantwoording algemeen
Lasten worden verantwoord in het jaar waarop ze betrekking hebben. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen direct- en indirect toe te rekenen kosten.

Lefier rekent haar opbrengsten en kosten toe aan de volgende activiteiten:

  • Exploitatie vastgoedportefeuille met als sub activiteiten
    • Verhuur en beheer
    • Onderhoud (dagelijks en planmatig onderhoud)
    • Servicekosten
  • Verkoop vastgoedportefeuille
  • Leefbaarheid
  • Projectontwikkeling
  • Overige activiteiten
  • Overige organisatiekosten

De bedrijfskosten bestaan uit personeelskosten en overige bedrijfslasten.

De personeelskosten bestaan uit:

  • Bruto salarissen, sociale lasten en pensioenlasten
  • Overige personeelskosten

Voor de toerekening van de personeelskosten aan activiteiten zijn de volgende definities gebruikt:

  • Directe toerekening: medewerker is betrokken bij de uitvoering van de activiteit
  • Indirecte toerekening: medewerker is betrokken bij het plannen, voorbereiden, toezicht houden of faciliteren van de directe functies
  • Overhead: kosten die vervallen bij uitbesteding van de activiteit

Alle kosten die niet binnen bovenstaande definities vallen, zijn toegerekend aan Verhuur en Beheer, uitgezonderd de kosten die als overige organisatiekosten verantwoord worden. Dit zijn kosten op het gebied van:

  • Governance en bestuur
  • Portfolio management
  • Asset management
  • Treasury
  • Jaarverslaggeving en control
  • Personeel en organisatie
  • Personeelsvereniging en OR

Overige bedrijfslasten

De overige bedrijfslasten bestaan uit:

  • Huisvestingskosten
  • Facilitaire kosten
  • Kosten Raad van Commissarissen
  • Kosten ICT
  • Algemene kosten
  • Afschrijvingen (activa ten dienste van)

Een aantal posten zijn direct toegerekend aan een activiteit, de overige bedragen zijn als overhead aan de activiteiten toegerekend waarbij de personeelskosten per activiteit als verdeelsleutel gebruikt zijn.

Afschrijvingen materiële vaste activa
De afschrijvingen op materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie worden gebaseerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.

Materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie worden vanaf het moment van gereedheid voor ingebruikneming afgeschreven over de verwachte toekomstige gebruiksduur van het actief. Afschrijvingen vinden plaats volgens de lineaire methode op basis van de verwachte gebruiksduur. Met een mogelijke restwaarde wordt rekening gehouden.

Over terreinen en op reële waarde gewaardeerde vastgoedbeleggingen wordt niet afgeschreven.

Indien een schattingswijziging plaatsvindt van de toekomstige gebruiksduur, dan worden de toekomstige afschrijvingen aangepast. Boekwinsten en -verliezen bij verkoop van onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn begrepen onder de afschrijvingen.

Afschrijvingen worden via verdeelsleutels toegerekend aan de afzonderlijke activiteiten.

Lasten onderhoudsactiviteiten
Onder deze post worden alle direct aan het verslagjaar toe te rekenen kosten van onderhoud verantwoord voor zover deze betrekking hebben op het vastgoed in exploitatie. Van toerekenbaarheid is sprake als de daadwerkelijke werkzaamheden in het verslagjaar hebben plaatsgevonden. Reeds aangegane verplichtingen waarvan de werkzaamheden nog niet zijn uitgevoerd op balansdatum worden verwerkt onder de niet uit de balans blijkende verplichtingen.

Het klachten- en mutatieonderhoud wordt onderscheiden in kosten van derden en eigen dienst, alsmede de kosten van het materiaalverbruik. In de winst- en verliesrekening zijn de kosten van de eigen dienst opgenomen bij de kostensoort salarissen en sociale lasten. De lasten van onderhoud onderscheiden zich van activeerbare kosten door het feit dat er geen sprake is van een waardeverhoging van het actief.

Lonen en salarissen en sociale lasten
Lonen, salarissen en sociale lasten worden op grond van de arbeidsvoorwaarden verwerkt in de winst-en-verliesrekening voor zover ze verschuldigd zijn aan werknemers.

Personeelsbeloningen (lonen, sociale lasten enz.) vormen geen aparte regel in de winst-en-verliesrekening. Deze kosten zijn opgenomen in andere onderdelen van de functionele winst-en-verliesrekening. Voor een nadere specificatie worden verwezen naar de betreffende toelichting.

Pensioenlasten
Lefier heeft alle pensioenregelingen verwerkt volgens de verplichtingenbenadering.  De over het verslagjaar verschuldigde premie wordt als last verantwoord. De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten van haar personeel, zijn ondergebracht bij de Stichting Pensioenfonds voor de Woningcorporaties (SPW). Lefier betaalt hiervoor premies waarvan de werkgever iets meer en de werknemer iets minder dan de helft betaalt. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar financiële verplichtingen) dit toelaat. Naar de stand per 31 december 2019 is de dekkingsgraad van het pensioenfonds 110,7% (31 december 2018: 115,9 %). Op de Nederlandse pensioenregelingen zijn de bepalingen van de Nederlandse Pensioenwet van toepassing en worden op verplichte, contractuele of vrijwillige basis premies aan pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen betaald door Lefier. De premies worden verantwoord als personeelskosten zodra deze verschuldigd zijn. Vooruitbetaalde premies worden opgenomen als overlopende activa indien dit tot een terugstorting leidt of tot een vermindering van toekomstige betalingen. Nog niet betaalde premies worden als verplichting op de balans opgenomen. Naast de premiebetalingen bestaan er geen andere verplichtingen.

Leefbaarheid
De hieronder verantwoorde kosten betreffen kosten van fysieke ingrepen niet zijnde investeringen en uitgaven voor activiteiten in de omgeving van woongelegenheden van Lefier, die de leefbaarheid in buurten en wijken ten goede moeten komen.

Waardeveranderingen van financiële vaste activa en derivaten
Waardevermeerderingen worden verwerkt op basis van de reële waarde. Voor nadere toelichting verwijzen we naar paragraaf 5.13. 

Rentebaten en rentelasten
Rentebaten en rentelasten worden tijdsevenredig verwerkt, rekening houdend met de effectieve rentevoet van de betreffende activa en passiva. Bij de verwerking van de rentelasten wordt rekening gehouden met de verantwoorde transactiekosten op de ontvangen leningen die als onderdeel van de berekening van de effectieve rente worden meegenomen.

Activeren van rentelasten
Rentelasten worden geactiveerd voor kwalificerende activa gedurende de periode van vervaardiging van een actief, indien het een aanmerkelijke hoeveelheid tijd vergt om het actief gebruiksklaar of verkoopklaar te maken. De te activeren rente wordt berekend op basis van de verschuldigde rente over specifiek voor de vervaardiging opgenomen leningen en van de gewogen rentevoet van leningen die niet specifiek aan de vervaardiging van het actief zijn toe te rekenen, in verhouding tot de uitgaven en periode van vervaardiging. Geactiveerde rente wordt in de winst-en-verliesrekening in mindering gebracht op de post rentelasten en soortgelijke kosten.

6.4 Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille
Dit betreffen waardeverminderingen, en eventuele terugname hiervan, die gedurende het verslagjaar zijn ontstaan vanuit nieuw aangegane juridische en feitelijke verplichtingen met betrekking tot investeringen in nieuwbouw, woningverbetering en herstructurering. Ook waardeveranderingen als gevolg van projecten die geen doorgang vinden worden onder deze categorie verantwoord.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille
De niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille hebben betrekking op waardemutaties van op reële waarde geactiveerde activa.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkopen onder voorwaarden
Dit betreft de jaarlijkse mutatie van de actuele waarde van de woningen verkocht onder voorwaarden. Dit betreft zowel de waardeverandering van de post “onroerende zaken verkocht onder voorwaarden” als de post “verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden”.

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop
Dit betreffen waardeveranderingen die ontstaan door een wijziging in de waarde van de vastgoedportefeuille bestemd voor de verkoop in het lopende verslagjaar.

6.5 Resultaat deelnemingen

Het resultaat is het bedrag waarmee de boekwaarde van de deelneming sinds de voorafgaande jaarrekening is gewijzigd als gevolg van het door de deelneming behaalde resultaat voor zover dit aan Lefier wordt toegerekend.

6.6 Belastingen

Vanaf 1 januari 2008 is Lefier integraal belastingplichtig geworden voor de vennootschapsbelasting. Corporaties zijn sindsdien verplicht over hun integrale activiteiten vennootschapsbelasting te betalen. Een en ander is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst (VSO). In deze VSO zijn specifieke bepalingen opgenomen met betrekking tot de waardering van posten op de fiscale openingsbalans en de wijze van resultaatneming.

De belasting over het resultaat wordt berekend over het resultaat voor belastingen in de winst-en-verliesrekening, rekening houdend met beschikbare fiscaal compensabele verliezen uit voorgaande boekjaren (voor zover niet opgenomen in de latente belastingvorderingen) en vrijgestelde winstbestanddelen en na bijtelling van niet-aftrekbare kosten. Tevens wordt rekening gehouden met wijzigingen die optreden in de latente belastingvorderingen en latente belastingschulden uit hoofde van wijzigingen in het te hanteren belastingtarief.

7. Financiële instrumenten en risicobeheersing

Binnen het treasurybeleid van Lefier dient het gebruik van afgeleide financiële instrumenten (‘derivaten’) ter beperking van inherente financiële risico's. Op grond van het vigerende interne treasurystatuut is het gebruik van derivaten slechts toegestaan voor zover er een materieel verband met de financierings positie of het belegde vermogen kan worden gelegd. Derivaten mogen niet worden gebruikt voor het innemen van een speculatieve positie.

Na 1 augustus 2013 zijn geen derivaten aangegaan waarmee geldt dat Lefier zich volgens haar treasury statuut onverkort houdt aan de Beleidregels gebruik financiële derivaten door toegelaten instellingen volkshuisvesting.

Prijsrisico

Lefier loopt geen prijsrisico meer ten aanzien van de waardeontwikkeling van de mandatory breaks in de derivaten van BNP Paribas omdat deze derivaten zijn beëindigd.

Valutarisico

Lefier loopt geen valuta risico, alle inkomende en uitgaande kasstromen zijn in euro’s. Ook met betrekking tot financiële instrumenten loopt Lefier geen valutarisico’s.

Renterisico

Lefier loopt renterisico over de rentedragende langlopende en kortlopende schulden. Voor schulden met variabele renteafspraken loopt Lefier risico ten aanzien van toekomstige kasstromen, met betrekking tot vastrentende schulden loopt Lefier risico’s over de marktwaarde.

Kredietrisico

Lefier heeft geen significante concentraties van kredietrisico. Lefier maakt gebruik van meerdere banken teneinde over meerdere kredietfaciliteiten te kunnen beschikken. Voor zover noodzakelijk worden andere zekerheden verstrekt aan de bank voor beschikbare kredietfaciliteiten.

Liquiditeitsrisico

Relevante indicatoren voor het liquiditeitsrisico dat Lefier loopt per balansdatum zijn als volgt:

bedragen x 1.000

  31/12/19
benutting kredietfaciliteit  6.535 
nog niet benutte faciliteit  33.465 
geborgde leningenportefeuille WSW  878.942 
nog niet benutte borgingsruimte WSW*  108.033 
* gebaseerd op borgingsplafond jaarschijf 2018 d.d. 1 november 2016  

In totaliteit is er per balansdatum circa € 141,5 miljoen aan liquiditeitsbronnen beschikbaar. De liquiditeitsratio voor de ICR is 1,8.

Lefier maakt gebruik van meerdere banken om over meerdere kredietfaciliteiten te kunnen beschikken. Voor zover noodzakelijk, worden nadere zekerheden verstrekt aan de bank voor beschikbare kredietfaciliteiten. De waardering van afgeleide financiële instrumenten (‘derivaten’) is afhankelijk van het feit of het onderliggende van het derivaat beursgenoteerd is of niet. Indien het onderliggende beursgenoteerd is, dan wordt het derivaat tegen actuele waarde opgenomen. Indien het onderliggende niet-beursgenoteerd is, wordt het derivaat tegen geamortiseerde kostprijs opgenomen. De wijze van verwerking van waardeveranderingen van het afgeleide financieel instrument is afhankelijk van of er met het afgeleide financiële instrument hedge accounting wordt toegepast of niet.

Lefier past kostprijshedge-accounting toe op de ingezette rente swap. Op basis van de vigerende regelgeving is per balansdatum sprake van een effectieve hedge. Voor de rente swap geldt dat de omvang, de looptijd, het afgedekte risico en de wijze van afrekening van de rente swap gelijk zijn aan de afgedekte positie, waarmee sprake is van een effectieve hedge.

De toepassing van de aangepaste Richtlijn 290 Financiële instrumenten is vanaf de jaarrekening 2014 overeenkomstig de voorschriften gehanteerd. Bij het toepassen van kostprijs hedge-accounting is de eerste waardering en de grondslag van verwerking in de balans en de resultaatbepaling van het hedge-instrument afhankelijk van de afgedekte post.

Voor een nadere toelichting op de door Lefier afgesloten derivatentransacties met bijhorende effecten op de marktwaarde en liquiditeitsrisico’s wordt verwezen naar paragraaf 8.10. Lefier heeft geen direct liquiditeitsrisico uit hoofde van deze derivaat omdat er geen tussentijdse bijstortingsverplichtingen zijn overeenkomen met de banken.

Dit betekent het volgende:

  • Indien de afgedekte post tegen kostprijs in de balans wordt verwerkt, wordt ook het derivaat tegen kostprijs gewaardeerd.
  • Zolang de afgedekte post in de kostprijshedge nog niet in de balans verwerkt wordt, wordt het hedge-instrument niet  geherwaardeerd. Het ineffectieve deel van de hedgerelatie wordt direct in de winst- en verliesrekening verwerkt onder de post financiële baten en lasten

    Lefier past kostprijshedge-accounting toe voor de renteswaps die ervoor zorgen dat bepaalde variabel-rentende schulden worden omgezet in vastrentende leningen. Het ineffectieve deel van de waardeverandering van de renteswaps worden verantwoord in de winst- en verliesrekening onder de post financiële baten en lasten. In het huidige boekjaar heeft dit niet tot een resultaat geleid.

Beschikbaarheidsrisico
De maatregelen rondom de Verhuurderheffing vanuit de landelijke overheid en de omvangrijke saneringssteun door de Autoriteit Woningcorporaties leiden tot een significant effect op de operationele kasstroom van woningcorporaties. Lefier heeft haar financiële meerjarenplan zodanig aangepast op deze maatregelen dat de beschikbaarheid van faciliteiten voor financiering en herfinanciering gecontinueerd wordt. Lefier voldoet in de meerjarenplanning aan de financiële kengetallen zoals deze door toezichthouders en ander financiële stakeholders worden gehanteerd. Doordat Lefier minder afhankelijk wil zijn van een beperkt aantal financiers is Lefier doorlopend op zoek naar andere bronnen voor lange termijn financiering.  Lefier hanteert het eigen middelen beleid van het Waarborgfonds voor de Sociale Woningbouw. Lefier heeft daardoor de mogelijkheid om niet-DAEB investeringen en aflossingen van niet-DAEB leningen te financieren uit de positieve operationele kasstroom en de aanzienlijke kasstromen verkopen uit bestaand bezit. Over 2019 en 2018 is om deze reden geen extra niet-DAEB financiering aangetrokken. De verwachting is dat Lefier ook in 2020 de niet-DAEB investeringen uit eigen middelen kan financieren en voor haar DAEB financiering kan volstaan met het aantrekken van WSW geborgde financiering. Voor de beschikbaarheid van financiering is de organisatie sterk afhankelijk van het blijvend functioneren van het borgingsstelsel via het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.

Reële waarde van financiële instrumenten
De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een passief kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde partijen, die tot een transactie bereid en onafhankelijk van elkaar zijn. Indien niet direct een betrouwbare reële waarde is aan te wijzen, wordt de reële waarde benaderd door deze af te leiden uit de reële waarde van bestanddelen of van een soortgelijk financieel instrument, of met behulp van waarderingsmodellen en waarderingstechnieken. Hierbij wordt gebruikgemaakt van recente gelijksoortige ‘at arm’s length’-transacties, en van netto contante waardemethodes waarbij rekening wordt gehouden met specifieke omstandigheden.

8. Toelichting op balans per 31 december 2019

8.1 Materiële vaste activa

Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

De mutaties in de materiële vaste activa ten dienste van de exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

Bedragen x € 1.000

  Bedrijfsgebouwen en terreinen Vervoersmiddelen Andere vaste bedrijfsmiddelen Totaal
1 januari 2019        
verkrijgingsprijzen 14.647 3.305 14.461 32.413
cumulatieve waardeverminderingen ‑3.359 ‑698 ‑8.782 ‑12.839
boekwaarde 1 januari 11.288 2.607 5.679 19.574
         
mutaties        
investeringen 469 55 3.205 3.729
desinvesteringen ‑155 ‑346 0 ‑501
afschrijvingen ‑698 ‑427 ‑2.127 ‑3.252
cumulatieve verkrijgingsprijzen desinvesteringen 80 128 0 208
totaal mutaties ‑304 ‑590 1.078 184
         
31 december 2019        
verkrijgingsprijzen 14.962 3.013 17.666 35.641
cumulatieve waardeverminderingen ‑3.977 ‑998 ‑10.909 ‑15.884
boekwaarde 31 december 10.985 2.015 6.757 19.757

Voor de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie worden de volgende componenten en afschrijvingstermijnen gehanteerd:

component afschrijvingsmethode afschrijvingstermijn
grond geen afschrijving  
opstal lineair 50 jaar
verbouwingen lineair 15 jaar
inventaris lineair 10 jaar
automatisering lineair 5 jaar
vervoermiddelen lineair 5 jaar

In de post onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn begrepen posten met een boekwaarde van € 2,0 miljoen (31 december 2018: € 2,6 miljoen), die worden gefinancierd door middel van financial lease. Alle overige vaste activa zijn juridisch en economisch in vrije eigendom van de stichting.

De kantoorgebouwen zijn verzekerd tegen herbouwwaarde. Er zijn op deze panden geen hypothecaire zekerheden afgegeven.

Het onroerend goed is gefinancierd met zowel eigen als vreemd vermogen. Het vreemd vermogen bestaat in zijn geheel uit rijksleningen of kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie. Er zijn geen hypothecaire zekerheden afgegeven.

8.2 Vastgoedbeleggingen

In de posten DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie zijn 29.972 woningen, 3.332 garages en 566 overige eenheden opgenomen.In 2019 is de marktwaarde van de totale vastgoedportefeuille (inclusief voorraadmutatie) met 12,0% gestegen. De waarde stijging zonder voorraadmutatie komt uit op 9,9%.

Bedragen x € 1.000

marktwaarde in verhuurde staat 31-12-2019 01-01-2019
woningportefeuille 2.758.203 2.463.301
bedrijfsmatig en maatschappelijk 152.083 135.032
parkeren 24.689 23.117
Totaal 2.934.975 2.621.450

De mutaties in DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie zijn in het navolgende schema samengevat:

Bedragen x € 1.000

  DAEB vastgoed in exploitatie Niet-DAEB vastgoed in exploitatie Totaal
boekwaarde 1 januari 2019 2.377.761 243.689 2.621.450
       
mutaties      
investeringen - overboekingen van vastgoed in ontwikkeling 54.434 0 54.434
investeringen - aankopen 2.893 0 2.893
investeringen - overig 10.222 840 11.062
desinvesteringen - verkoop ‑5.698 ‑2.103 ‑7.801
desinvesteringen - sloop overboekingen naar vastgoed in exploitatie ‑8.330 ‑7 ‑8.337
desinvesteringen - overig 0 ‑242 ‑242
herwaardering 228.800 32.716 261.516
totaal mutaties 282.321 31.204 313.525
       
boekwaarde 31 december 2019 2.660.082 274.893 2.934.975

Het verloop van de marktwaarde van de woningportefeuille (exclusief parkeren en BOG) wordt in onderstaande tabel uiteengezet per gemeente:

Ontwikkeling marktwaarde woningportefeuille

Bedragen x € 1.000

Gemeente 01-01-2019 Voorraadmutaties WHB voorgeschreven parameters Disconteringsvoet Leegwaarde Macro economische parameters Overige rekenverschllen 31-12-2019
Borger-Odoorn 105.043 2.621 1.501 2.812 565 2.567 1.885 116.994
Emmen 798.692 ‑319 10.112 2.780 22.083 14.965 14.947 863.259
Groningen 874.295 51.363 9.357 9.834 48.834 12.911 14.504 1.021.098
Midden-Groningen 337.858 1.541 4.041 4.270 14.762 6.799 4.395 373.665
Stadskanaal 347.413 3.413 4.462 19.633 ‑222 2.417 6.072 383.187
                 
Totaal 2.463.301 58.619 29.473 39.328 86.022 39.660 41.801 2.758.203

De geschatte waarde gebaseerd op de meest recente WOZ beschikkingen van alle eenheden bedraagt € 3.193 miljoen.

Gevoeligheidsanalyse marktwaarde:

Bedragen x € 1.000

Parameter gehanteerd in beleidswaarde effect wijziging parameter effect marktwaarde
disconteringsvoet plus 0,1 % ‑28.797 ‑1,0%
leegwaarde plus 1 % 14.778 0,5%
mutatiekans plus 1 % 22.496 0,8%
markthuur plus € 50 35.285 1,3%
onderhoud plus € 100 ‑39.559 ‑1,4%

Beleidswaarde

De beleidswaarde is eerst gedurende 2018 ingevoerd. In 2019 is dit waardebegrip verder uitgewerkt middels de SBR notitie van de Aw en WSW. Hiermee zijn nadere aanscherpingen doorgevoerd van het begrip onderhoud en verbetering en lasten verhuur- en beheeractiviteiten.

 Het verschil tussen de marktwaarde en de beleidswaarde ultimo 2019 voor de woningportefeuille bestaat uit de volgende onderdelen:

Bedragen x € 1.000

  DAEB vastgoed in exploitatie 2019 Niet-DAEB vastgoed in exploitatie 2019
marktwaarde per 31 december 2.552 206
aanpassing naar beleid doorexploiteren ‑298 ‑30
aanpassing naar huurbeleid (max. streefhuur) ‑597 ‑14
aanpassing onderhoudsnorm naar beleid Lefier ‑232 13
aanpassing beheerskosten naar werkelijke uitgaven beheer en leefbaarheid ‑172 ‑11
totaal aanpassingen ‑1.299 ‑42
     
beleidswaarde per 31 december 1.253 164

In onderstaande tabellen wordt aangegeven welk effect een positieve- of negatieve aanpassing van de uitgangspunten heeft op de beleidswaarde.

Sensitiviteitsanalyse

Bedragen x € 1.000

Parameter gehanteerd in beleidswaarde effect wijziging parameter effect op beleidswaarde %
disconteringsvoet plus 0,1 % ‑24.480 ‑1,7%
beleidshuur plus € 50 252.569 17,8%
onderhoudsnorm plus € 100 ‑66.302 ‑4,7%
beheernorm plus € 100 ‑65.674 ‑4,6%

Verzekering & zekerheden
De vastgoedbeleggingen zijn verzekerd tegen verkrijgingsprijzen c.q. voortbrengingskosten. Jaarlijks wordt de verzekerde waarde aangepast aan het indexcijfer voor nieuwbouwwoningen zoals dit door het CBS wordt berekend. Lefier betaalt hiervoor jaarlijks een vast bedrag (jaarlijks geïndexeerd) per eenheid.

Het onroerend goed is nagenoeg in zijn geheel gefinancierd met rijksleningen of met kapitaalmarktleningen onder overheidsgarantie. Er zijn geen hypothecaire zekerheden afgegeven.

Lefier heeft het WSW gevolmachtigd om, in voorkomende gevallen, een hypotheek te vestigen op het gehele bezit. Van deze volmacht heeft het WSW gedurende het verslagjaar geen gebruik gemaakt.

8.3 Overige vastgoedbeleggingen

Bedragen x € 1.000

  onroerende zaken verkocht onder voorwaarden vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de eigen exploitatie
boekwaarde 1 januari 2019 16.895 53.902
     
mutaties    
investeringen 0 47.752
desinvesteringen ‑400 ‑1.480
herwaardering 1.464 0
waardeverminderingen 0 ‑15.212
terugneming van waardeverminderingen 0 3.401
overboekingen naar vastgoed in exploitatie 0 ‑86.238
overboekingen sloop van vastgoed in exploitatie 0 8.337
overboekingen naar voorzieningen 0 10.348
overboekingen naar overlopende passiva 0 1.701
overboekingen naar winst- en verliesrekening 0 ‑170
totaal mutaties 1.064 ‑31.563
     
boekwaarde 31 december 2019 17.959 22.339

In de post Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden zijn in totaal 108 verhuureenheden opgenomen (2018: 111 eenheden). Hiervan zijn 108 verhuureenheden (2018: 111 eenheden) verkocht met een terugkoopplicht.  Gebruik wordt gemaakt van contractvormen die de goedkeuring van de Minister hebben.

Het grootste deel van de contracten is gebaseerd op het “Koopgarant” principe waarbij sprake is van verleende kortingen op de marktwaarde tussen 0% en 25%.

8.4 Financiële vaste activa

Het verloop van de financiële vaste activa kan als volgt worden gespecificeerd:

Bedragen x € 1.000

  deelnemingen latente belastingvordering uitgesteld hedge-resultaat overige vorderingen totaal
1 januari 2019 1 30.001 0 192 30.194
acute belastingen 0 0 0 0 0
mutatie boekjaar 0 ‑4.894 46.669 ‑14 41.761
31 december 2019 1 25.107 46.669 178 71.955

Inbegrepen in de stand per 31 december 2019 zijn bedragen met een:

- looptijd korter dan één jaar 0 8.988 1.081 14 10.083

Latente belastingvordering(en)

De samenstelling van verwerkte, beschikbare verrekenbare tijdelijke verschillen en compensabele verliezen is als volgt:

Bedragen x € 1.000

opgenomen onder financiële vaste activa 31-12-2019 01-01-2019
- onroerende zaken VoV 48 76
- onroerende zaken in ontwikkeling 6.780 6.582
- onroerende zaken ten dienste van de exploitatie 277 227
- onderhanden werk 241 198
- voorzieningen 1.135 415
- leningen 1.339 1.445
- derivaten 1.050 644
- overige verschillen 0 184
- compensabele verliezen 14.237 20.230
  25.107 30.001

De onder financiële vaste activa opgenomen latenties zijn gewaardeerd tegen contante waarde tegen 2,38% (2018: 2,45%) en hebben een gemiddelde looptijd van 7 jaar. De nominale waarde van deze tijdelijke verschillen bedraagt circa € 164 miljoen (2018: circa € 73 miljoen). De post heeft met name betrekking op langlopende leningen, projecten in ontwikkeling en compensabele verliezen.


Aangezien Lefier haar beleid heeft afgestemd op haar volkshuisvestelijke karakter, is bij het contant maken van het tijdelijk waarderingsverschil van het vastgoed in exploitatie de veronderstelling gehanteerd dat er in de toekomst geen afwikkelmoment zal zijn van de te vormen latentie. Hierdoor bedraagt de contante waarde van de berekende latentie vrijwel nihil. De nominale waarde van de latente belasting(en) bedraagt ultimo boekjaar € 98 miljoen (2018: een latente belastingvordering van € 214 miljoen).


Van de compensabele verliezen is de verwachting dat deze gecompenseerd worden binnen de daarvoor beschikbare termijn van verliescompensatie binnen de fiscale wetgeving hierover. Het deel van de vennootschapsbelasting over de fiscale verliezen dat is ontstaan door  de beperking van de rente-aftrek bedraagt € 12.685 en is niet geactiveerd aangezien dit naar verwachting niet in de toekomst kan worden gecompenseerd.

Uitgesteld hedge-resultaat
In 2019 is een tweetal renteswaps bij de BNP doorgezakt in nieuw afgesloten langlopende leningen. Deze twee leningen zijn onder de langlopende schulden initieel verwerkt op basis van de marktwaarde. Als gevolg hiervan ontstaat een verschil tussen de nominale waarde en de marktwaarde welke jaarlijks wordt opgerent conform de effectieve interestmethode waarmee een rentebate in de verlies- en winstrekening tot uitdrukking komt. De marktwaarde van deze afgewikkelde twee renteswaps is geactiveerd en hierop wordt jaarlijks eveneens afgeschreven conform de effectieve interestmethode, waarmee een rentelast tot hetzelfde bedrag als de rentebate in de verlies- en winstrekening tot uitdrukking komt. Per saldo hebben deze mutaties in de winst- en verliesrekening geen financieel impact maar zijn om verslaggevingstechnische redenen voorgeschreven.

Overige vorderingen

Betreft gewaardeerde optiepremie derivaten vanuit contract met extendible lening als gevolg van toepassing Richtlijn 290: Financiële instrumenten. De optiepremie wordt lineair geamortiseerd over de looptijd van het contract, jaarlijks € 14.000.

8.5 Voorraden

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
vastgoed bestemd voor de verkoop 509  492 
overige voorraden 131 
  509  623 

Op de post vastgoed bestemd voor de verkoop heeft een afwaardering naar lagere opbrengstwaarde plaatsgevonden van € 20.000.

Het aantal verhuureenheden bestemd voor de verkoop bedraagt 2 (2018: 2) en wordt naar verwachting binnen 1 jaar verkocht.

8.6 Vorderingen

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
huurdebiteuren 1.569 2.126
vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen 55 506
overige vorderingen 232 1.045
overlopende activa 1.196 1.875
  3.052 5.552

Alle vorderingen hebben een resterende looptijd korter dan een jaar. De reële waarde van de vorderingen benadert de boekwaarde, gegeven het kortlopende karakter ervan en het feit dat waar nodig voorzieningen voor oninbaarheid zijn gevormd.

Huurdebiteuren

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
huurdebiteuren 2.336 3.011
af: voorziening dubieuze debiteuren ‑767 ‑885
  1.569 2.126

Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
Lefier Holding B.V. 0 314
Vierwaarde B.V. 55 192
  55 506

Overige vorderingen

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
overige vorderingen 232 1.043
  232 1.043

Overlopende activa

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
door te berekenen bedragen 206 128
overige 990 1.749
  1.196 1.877
     

Onder de overlopende activa zijn geen posten opgenomen met een resterende looptijd langer dan een jaar.

8.7 Liquide middelen

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
Rabobank 9 9
  9 9

8.8 Eigen vermogen

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
herwaarderingsreserve 1.745.326 1.557.336
overige reserves 4.031 192.025
resultaat boekjaar 271.089 0
  2.020.446 1.749.361

Overige reserves

Het verloop van de overige reserves is als volgt:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019  
31 december 191.727  
gevolgen stelselwijziging 298  
1 januari 192.025  
uit resultaatbestemming 271.089  
toevoeging aan herwaarderingsreserve ‑187.994  
31 december 275.120  

De resultaatbestemming is vooruitlopend op en onder voorbehoud van de goedkeuring door de Raad van Commissarissen in de jaarrekening verwerkt.

Herwaarderingsreserve

Het verloop van de herwaarderingsreserve is als volgt:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
1 januari 2019 1.557.336 1.446.541
realisatie door verkoop ‑3.725 ‑2.387
realisatie door sloop ‑3.551 ‑1.605
ongerealiseerde herwaardering boekjaar 195.266 114.787
31 december 2019 1.745.326 1.557.336

Overeenkomstig de statuten van Lefier dient het gehele vermogen binnen de kaders van de Woningwet en afgeleid van de BTIV te worden besteed.


Per 31 december 2019 is in totaal € 1.745,3 miljoen aan ongerealiseerde herwaarderingen in het eigen vermogen begrepen (2018: €1.557,3 miljoen), zijnde het verschil tussen de marktwaarde in verhuurde staat van het vastgoed in exploitatie en de kostprijs. De waardering van dit vastgoed is in overeenstemming met het Handboek modelmatig waarderen bepaald en is daarmee conform de in de Woningwet voorgeschreven waarderingsgrondslag en daaruit afgeleide ministeriële besluiten geldend ten tijde van het opmaken van de jaarverslaggeving. 


Uitgaande van waardering tegen beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie is een bedrag van  € 1.340,9 miljoen in het eigen vermogen begrepen dat op basis van het beleid van de corporatie niet kan worden gerealiseerd. De realisatie van het verschil tussen marktwaarde en beleidswaarde is sterk afhankelijk van het te voeren beleid van Lefier. De mogelijkheden voor de corporatie om vrijelijk door (complexgewijze) verkoop of huurstijgingen de marktwaarde in verhuurde staat van het DAEB-bezit in exploitatie te realiseren zijn beperkt door wettelijke maatregelen en maatschappelijke ontwikkelingen zoals demografie en ontwikkeling van de behoefte aan sociale (DAEB) huurwoningen. Omdat de doelstelling van de corporatie is om duurzaam te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Daarnaast zal bij mutatie van de woning slechts in uitzonderingssituaties de huur worden verhoogd tot de markthuur en zijn de werkelijke onderhouds- en beheerslasten hoger dan ingerekend in de marktwaarde, voortvloeiend uit de beoogde kwaliteit- en beheersituatie van de corporatie.

8.9 Voorzieningen

Het verloop van de voorzieningen is als volgt:

Bedragen x € 1.000

  1 januari 2019 dotaties onttrekkingen vrijval 31 december 2019
voorziening voor onrendabele investeringen en herstructurering 60.808 48.382 ‑47.077 ‑23.501 38.612
voorziening latente belastingverplichting(en) 758 0 ‑758 0 0
overige voorzieningen 1.799 205 ‑139 ‑132 1.733
  63.365 48.587 ‑47.974 ‑23.633 40.345

Van de voorzieningen is een bedrag van € 8,7 miljoen als langlopend (langer dan een jaar) aan te merken. Hiervan heeft naar verwachting een bedrag van € 0,9 miljoen een looptijd langer dan 5 jaar.

Voorziening onrendabele investeringen nieuwbouw
De voorziening onrendabele investeringen nieuwbouw betreft het per saldo verlieslatende deel van contracten afgesloten ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwbouw huurwoningen waarvoor nog onvoldoende kosten zijn gemaakt om het bedrag daarop in mindering te brengen. De vrijval van € 23,5 miljoen heeft grotendeels betrekking op de planvorming van woningverbetering, waarvan de realisatie in aantallen naderhand is aangepast. Een groot aandeel hierin betreft het stopzetten van een stroomversnellingsproject in Groningen.

Overige voorzieningen
Onder overige voorzieningen zijn de volgende voorzieningen opgenomen:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
voorziening jubilea 1.137 1.134
voorziening loopbaanontwikkeling 596 665
  1.733 1.799

8.10 Langlopende schulden

Bedragen x € 1.000

  31 december 2019 aflossings-verplichting 2020 resterende looptijd
> 1 jaar
resterende looptijd
> 5 jaar
schulden aan overheid 7.406 451 6.955 3.171
schulden aan kredietinstellingen 920.030 48.299 871.731 727.638
verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 17.216 0 17.216 0
derivaten 10.707 0 10.707 1.814
financiële leaseverplichtingen 2.138 672 1.466 205
overige schulden 384 0 384 384
  957.881 49.422 908.459 733.212

Aflossingsverplichtingen binnen 12 maanden na afloop van het boekjaar zoals hierboven toegelicht zijn opgenomen onder de schulden op korte termijn.

Schulden/leningen overheid en kredietinstelling

De mutaties in 2019 van de schulden/leningen overheid en kredietinstellingen kunnen als volgt worden toegelicht:

Bedragen x € 1.000

  schulden/leningen overheid schulden/leningen kredietinstellingen totaal
stand per 1 januari (lang- en kortlopend) 16.228 843.176 859.404
bij: nieuwe leningen 0 85.000 85.000
bij: doorzakconstructie derivaten 0 46.669 46.669
af: reguliere aflossingen ‑1.636 ‑3.241 ‑4.877
af: eindaflossingen ‑7.186 ‑51.574 ‑58.760
stand per 31 december (lang- en kortlopend) 7.406 920.030 927.436
       
waarvan opgenomen onder schulden op korte termijn 451 48.299 48.750
waarvan opgenomen onder schulden op lange termijn 6.955 871.731 878.686

De marktwaarde van de leningenportefeuille bedraagt € 1.314 miljoen. De marktwaarde is gebaseerd op de yieldcurve per 31 december 2019 (inclusief kredietopslag). Exclusief kredietopslag (dVi) bedraagt de marktwaarde € 1.295 miljoen.

Het vervalschema van de langlopende schulden in de komende 5 jaren is hieronder weergegeven:

Bedragen x € 1.000

  Aflosbaar over 2 jaar Aflosbaar over 3 jaar Aflosbaar over 4 jaar Aflosbaar over 5 jaar
leningen overheid 465 479 2.320 515
leningen kredietinstellingen 65.907 52.718 12.652 17.799

Schulden/leningen overheid

Hieronder zijn leningen opgenomen die zijn verstrekt door de gemeente Emmen en Midden-Groningen. In 2019 zijn alle leningen verstrekt door de gemeente Groningen versneld afgelost.


De schulden hebben de volgende kenmerken:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
inclusief kortlopend deel vastrentende leningen    
restschuld ultimo 7.406 16.228
gemiddelde rente 3,48% 3,64%
gemiddelde looptijd 10 11
duration 4,0 3,4

Schulden/leningen kredietinstellingen

Hieronder zijn leningen opgenomen welke zijn verstrekt door de sectorbanken BNG, NWB , verzekeringsmaatschappijen en overige banken/kredietinstellingen. 


De schulden hebben de volgende kenmerken:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
vastrentende leningen    
restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdataum (x € 1.000) 870.031 778.176
gemiddelde rente 3,38% 3,56%
gemiddelde looptijd in jaren 21 20
duration 16,7 13,7

Bedragen x € 1.000

leningen met variabele rente 31-12-2019 01-01-2019
restschuld (inclusief kortlopend deel) per balansdataum (x € 1.000) 50.000 65.000
gemiddelde rente ‑0,27% ‑0,20%
gemiddelde looptijd in jaren 3 3
duration 0,8 0,5

Voor de variabel rentende leningen is een renteswap afgesloten om het variabel rente risico op deze leningen af te dekken. De renteswap heeft de volgende kenmerken:

Bedragen x € 1.000

bank type coupon lefier
ontvangt
ingangs-
datum
eind-
datum
volume break clause 31-12-2019 31-12-2018
Rabobank payer swap 3,3350% 3M Euribor 01-07-2011 01-07-2021 25.000 geen ‑1.843  ‑2.648 
BNP Paribas payer swap 3,6375% 3M Euribor 7-9-2012 09-12-2019 0 - ‑7.763 
BNP Paribas payer swap 3,6675% 3M Euribor 3-6-2013 03-12-2019 0 - ‑20.143 
            25.000   ‑1.843  ‑30.554 

De payer swap in de portefeuille wordt gewaardeerd op basis van de rentecurve per 31 december 2019, de laatste werkdag van 2019. De kasstromen van de vaste en variabele poot van de derivaat wordt gedisconteerd op basis van de zero-rentecurve per 31 december 2019. Aangezien de vaste rentecoupon van de renteswap hoger is dan de actuele rentecurve is de marktwaarde van de derivaat negatief. De kasstromen van de renteswap worden bepaald op basis van de modaliteiten van de renteswap, waarbij rekening wordt gehouden met de betaalfrequentie, de rentecoupon en de rentebasis.

Voor het effectieve deel van de hedge worden de resultaten van het hedge-instrument en de afgedekte positie overeenkomstig de regels voor kostprijs hedge-accounting van Richtlijn 290 gelijktijdig in de winst- en verliesrekening verwerkt. Omdat de hedge volledig effectief is, zijn de resultaten gelijk en tegengesteld aan elkaar waardoor het netto-effect in de winst- en verliesrekening nihil zal zijn.


Na het effect van de swaps is de gemiddelde rente op de variabel rentende leningen 3,47% (2018: 3,64%). 

Van de leningen overheid en kredietinstellingen is een totaalbedrag van € 878,9 miljoen opgenomen waarvoor WSW borging is verkregen. Dit is inclusief een door het WSW geborgde lening met een variabele hoofdsom ad € 25 miljoen, die ultimo boekjaar volledig is opgenomen. 


Onder de leningen zijn voor een bedrag van € 142,5 miljoen (2018: € 107,5 miljoen) aan zogenaamde basisrenteleningen opgenomen. Op deze leningen wordt een vaste basisrente betaald van gemiddeld 3,56 %. De credit spread die op deze leningen wordt betaald wordt periodiek herzien. Voor de huidige leningen is de gemiddelde credit spread 0,18 %. Het vervalschema van de credit spread herzieningen is hieronder weergegeven:

Bedragen x € 1.000

geldgever type bedrag ingangs-
datum
eind-
datum
basis rente spread aanpassing opslag % totaal
NWB BAS  15.000   1/09/09  1/09/59  3,8450   1/09/23 0,15  3,8450 
NWB BAS  25.000   1/07/11  1/07/61  3,2900   1/07/21 0  3,2900 
NWB BAS  25.000  29/06/12  1/07/58  3,3600   1/07/23 0,15  3,3600 
BNG BAS  25.000   6/09/12  7/09/57  3,3700   7/09/22 0,14  3,3700 
NWB BAS  17.500   2/11/12  2/11/62  4,2100   2/11/21 0,6  4,2100 
NWB BAS  25.000   3/12/19  4/06/63  3,8175   3/06/22 0,15  3,8175 
NWB BAS  10.000   9/12/19  7/09/62  3,7975   7/09/22 0,16  3,7975 
     142.500            3,5648

Als op het moment van credit spread herziening geen akkoord met de kredietinstelling wordt bereikt over de hoogte ervan is de lening opeisbaar en dient er een break cost te worden betaald gelijk aan de netto contante waarde van het verschil tussen de dan geldende marktrente en de in de lening overeengekomen basisrente.


Onder de leningen is voor een bedrag van € 13,5 miljoen aan extendible leningen opgenomen. Bij deze leningen betaalt Lefier gedurende het eerste tijdvak een vaste rente die lager is dan de marktrente zoals die op het moment van afsluiten gold. In ruil hiervoor heeft Lefier aan de tegenpartij het recht gegeven op bij het begin van het tweede tijdvak te bepalen of er een op het moment van afsluiten bepaalde vaste rente wordt betaald of dat er een variabele rente wordt betaald. Dit recht van de tegenpartij is een embedded derivaat dat is afgescheiden van het basiscontract en afzonderlijk in de balans is verwerkt onder derivaten.
De belangrijkste kenmerken van deze leningen en de embedded derivaten alsmede de reële waardes zijn weergegeven in de toelichting op de derivaten.

Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

Bedragen x € 1.000

  Verplichting uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden
1 januari 2019  
terugkoopverplichtingen ontstaan bij overdracht 13.997
verminderingen/vermeerderingen na overdracht 2.378
  16.375
mutaties  
af: teruggekochte onroerende zaken verkocht onder voorwaarden ‑383
herwaardering 1.224
  841
31 december 2019  
terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht 13.614
verminderingen/vermeerderingen na overdracht 3.602
  17.216

Derivaten

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
1 januari 7.217 6.692
herwaardering 3.490 525
31 december 10.707 7.217

Lefier heeft twee extendible leningen in haar portefeuille. Deze leningen zijn verstrekt door NWB (Fortis Bank).


Marktwaarde embedded derivaten per 31 december 2019:

Bedragen x € 1.000

geldgever type bedrag ingangsdatum startdatum swaption einddatum swaption strike renteconventie 31-12-2019 31-12-2018
NWB extendible  10.000  2-7-2007 1-7-2032 1-7-2052 4,550% act/360  ‑6.819   ‑4.567 
NWB extendible  3.500  2-1-2008 2-1-2023 2-1-2053 4,675% act/360  ‑3.888   ‑2.650 
     13.500             ‑10.707   ‑7.217 

In deze extendible leningen is een recht opgenomen voor de geldgever om vanaf een specifiek vooraf overeengekomen datum te kiezen voor een vaste dan wel een variabele rente. Dit recht heeft Lefier verkocht (geschreven). Het betreft een geschreven embedded receiver swaption. Conform Richtlijn 290 zijn de embedded geschreven swaptions separaat gewaardeerd.


De duration van de gehele portefeuille (inclusief het effect van de renteswaps) bedraagt 9,4 jaar (2018: 9,8).

Financiële leaseverplichtingen

Het verloop van de financiële leaseverplichtingen is als volgt:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
stand per 1 januari (lang- en kortlopend) 2.691 2.732
bij: nieuwe contracten 55 372
af: leaseverplichting ‑376 ‑362
af: einde leasecontracten ‑232 ‑51
stand per 31 december (lang- en kortlopend) 2.138 2.691
     
waarvan opgenomen onder schulden op korte termijn 672 440
waarvan opgenomen onder schulden op lange termijn 1.466 2.251

De financiële leaseverplichtingen zijn als volgt onder te verdelen:

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
verplichtingen <= 1 jaar 672 440
verplichtingen > 1 jaar en < 5 jaar 1.260 1.357
verplichtingen >= 5 jaar 328 1.188
  2.260 2.985
af: toekomstige rente ‑122 ‑294
  2.138 2.691

De gemiddelde rentevoet bedraagt 3,18% (2018: 3,27%)

Overige schulden

Betreft waarborgsommen die uit hoofde van huurovereenkomsten van huurders ontvangen worden en dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van eventueel verschuldigde achterstallige huur en mutatiekosten. De waarborgsommen inclusief rente worden bij beëindiging van de huurovereenkomst verrekend.

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
1 januari 351 181
toevoegingen 114 198
aflossingen ‑81 ‑28
31 december 384 351

8.11 Kortlopende schulden

Bedragen x € 1.000

  31-12-2019 01-01-2019
schulden aan kredietinstellingen 6.535 7.497
schulden aan overheid 451 1.654
aflossingsverplichtingen kredietinstellingen 48.299 18.241
aflossing leaseverplichtingen 672 440
schulden aan leveranciers 8.815 9.460
belastingen en premies sociale verzekeringen 4.933 6.436
af te dragen pensioenpremie 252 277
overlopende passiva 31.347 25.764
  101.304 69.769

Lefier heeft per 31 december 2019 bij de ING Bank N.V. een kredietfaciliteit ter grootte van € 40 miljoen.

Op balansdatum is € 6,5 miljoen benut van deze faciliteit. Met ingang van 1 januari 2020 is deze kredietfaciliteit verlaagd naar € 30 miljoen. Onder de aflossingsverplichtingen kredietinstellingen zijn toegelicht de aflossingsverplichtingen op leningen die vervallen binnen 1 jaar na afloop van het boekjaar. Voor het in deze post opgenomen kortlopende deel van langlopende schulden verwijzen wij naar de toelichting op de langlopende schulden. Alle kortlopende schulden hebben een resterende looptijd van korter dan een jaar. De reële waarde van de kortlopende schulden benadert de boekwaarde vanwege het kortlopende karakter van de schulden.

8.12 Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen

Investerings- en onderhoudsverplichtingen

Er zijn niet in de balans opgenomen verplichtingen voor projecten (nieuwbouw, verbeteringen en/of groot onderhoud) tot een bedrag van €62,8 miljoen (2018: € 43,8 miljoen). Deze verplichtingen komen voor € 40,5 miljoen naar verwachting tot afwikkeling in een periode van 1 jaar ná balansdatum. 

Huurverplichtingen

Het jaarlijks bedrag van met derden aangegane verplichtingen van onroerend goed bedraagt in totaal € 0,8 miljoen. € 0,3 miljoen heeft een looptijd van minder dan een jaar. De huurverplichtingen lopen van 1 tot 5 jaar.

Heffing saneringsfonds

Lefier zal de komende 5 jaren naar verwachting in totaal € 6,8 miljoen moeten afdragen aan door de Autoriteit Woningcorporaties
opgelegde saneringsheffingen. Deze middelen worden ingezet om noodlijdende corporaties financieel er weer bovenop te helpen.

WSW Obligo

Uit hoofde van het borgingsstelsel heeft Lefier een obligo verplichting jegens het WSW van 3,85% van de restschuld van de door Lefier opgenomen, door het WSW geborgde leningen. Ultimo 2019 bedraagt dit obligo € 33,6 miljoen (2018: € 33,5 miljoen). Indien het WSW dit obligo zou opeisen dient Lefier het bedrag binnen 30 dagen aan het WSW over te maken. Lefier verwacht indien noodzakelijk aan deze verplichting te kunnen voldoen door het nog niet benutte deel van het bestaande financieringskrediet aan te spreken, en zo nodig een aanvullende lening aan te trekken binnen het aanwezige faciliteringsvolume.

Ketenaansprakelijkheid
Op grond van de Wet Ketenaansprakelijkheid kan Lefier eventueel aansprakelijk worden gesteld. Aangezien wij door de wetgever als eigenbouwer worden aangemerkt, passen wij de Wet Ketenaansprakelijkheid toe bij alle investeringen en onderhoudswerkzaamheden. Dit houdt in dat een deel van de loonsom in het factuurbedrag op een geblokkeerde rekening wordt gestort. Tevens passen wij in genoemde gevallen de btw-verleggingsregeling toe.

Versterking van woningen als gevolg van risico op aardbevingen
Lefier heeft op basis van het Burgerlijk Wetboek (art 6:174 BW, verantwoordelijkheid van de eigenaar van een opstal) en de woningwet (art 1a, lid 1, algemene zorgplicht eigenaar bouwwerk) de verplichting om te zorgen dat het door haar verhuurde vastgoed veilig is. Deze veiligheid kan mogelijk in het geding komen door het risico op aardbevingen in een deel van ons werkgebied (zie ook Hoofdstuk 4 algemene toelichting van de jaarrekening). Door het uitvoeren van versterkingsmaatregelen kan dit risico naar verwachting worden weggenomen.

Op basis van de meest recente inzichten vanuit een rapport van de Mijnraad, waarvan de conclusies zijn overgenomen door de Nationaal Coördinator Groningen, heeft Lefier 799 woningen en 2 zorgobjecten met een verhoogd of licht verhoogd risico op instorten bij een aardbeving. Hiervan zijn 14 woningen reeds versterkt. De overige komen (na nader onderzoek) mogelijk voor versterking in aanmerking.


Op basis van het Burgerlijk Wetboek (in het bijzonder art 6:184 BW mijnbouwwet), vergoeding voor kosten voor het voorkomen van schade) dient de exploitant van het gaswinningsgebied (dit zijn de NAM en EBN) de kosten voor de schade en het voorkomen daarvan te vergoeden. Lefier gaat er dan ook vanuit dat de kosten voor het noodzakelijk versterken van haar woningen vanwege het aardbevingsrisico kunnen worden verhaald op de exploitanten.


De gezamenlijke corporaties in het bevingsgebied voeren in het vervolg van gerechtelijke uitspraken zowel in het privaatrechtelijke als publieke domein gesprekken over een vergoeding voor de waardevermindering van vastgoed als gevolg van aardbevingen. Lefier heeft de waardevermindering gebaseerd op het berekeningsmodel Invisior (gebaseerd op het model van  Prof. mr J.P. Elhorst en de heer N. Duran). Volgens dit model bedraagt voor Lefier de waardevermindering € 111,9 miljoen. Deze waardedaling is in de marktwaarde in de balans verwerkt en leidt tot een niet uit de balans blijkende activa als vordering. In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft de commissie Hammerstein een advies voorbereid met betrekking tot de vergoeding van de waardedalingsschade. Bij brief van 24 april 2019 heeft de Minister van Economische Zaken en Klimaat het advies aan de Tweede Kamer toegezonden. Een uitspraak in de schadestaatprocedure wordt niet eerder dan ultimo 2020 verwacht.

Leveringsverplichting ACM
Lefier heeft een optieovereenkomst afgesloten voor verkoop van de ACM locatie tegen een koopsom van € 3,5 miljoen. In 2016 is de optievergoeding van € 0,5 miljoen ontvangen. De 1e termijn van de optieperiode liep af per 31 mei 2018. Inmiddels is de termijn verlengd (conform optieovereenkomst totdat een uitspraak inzake een gewijzigd bestemmingsplan gedaan is en vergunning verleend is). Als tegenprestatie van de verlenging ontvangt Lefier een optievergoeding van € 5.000,- per maand. 

Vierwaarde
Vierwaarde B.V. (betreft via Lefier Holding B.V. een indirecte deelneming van Stichting Lefier waarin een aandelenbelang van 50% wordt gehouden) heeft de rechten verworven voor de afname van kavels in de Groningse wijk Meerstad. Hiervoor is een betaling verricht van € 6 miljoen. Vierwaarde verwacht dat de tegenpartij niet (geheel) aan haar verplichtingen kan voldoen en heeft deze positie volledig afgewaardeerd naar € 1. De directie van Vierwaarde B.V. heeft juridische stappen ondernomen om de rechten alsnog
te verkrijgen.

Fiscale eenheid voor de VpB
Stichting Lefier vormt met Lefier Holding B.V. een fiscale eenheid voor de vennootschapsbelasting. Op grond van de Invorderingswet zijn de vennootschap en de met haar gevoegde dochteronderneming ieder hoofdelijk aansprakelijk voor ter zake door de combinatie verschuldigde belasting. In de jaarrekening van Lefier wordt een belastinglast berekend op basis van het behaalde commerciële resultaat. Door Lefier wordt met Lefier Holding B.V. via de rekening-courantverhouding afgerekend.

8.13 Verbonden partijen

Als verbonden partij worden aangemerkt alle rechtspersonen waarover overheersende zeggenschap, gezamenlijke zeggenschap of invloed van betekenis kan worden uitgeoefend. Ook rechtspersonen die overwegende zeggenschap kunnen uitoefenen worden aangemerkt als verbonden partij. Ook de statutaire directieleden, andere sleutelfunctionarissen in het management van Lefier, leden van de RvC en nauwe verwanten zijn verbonden partijen.


Met haar deelnemingen heeft Lefier naast haar aandelenbelang ook een zakelijke relatie, waarbij producten (veelal onroerende zaken bestemd voor de verhuur) en/of diensten van de betreffende deelnemingen worden afgenomen. Deze transacties zijn steeds gebaseerd op gebruikelijke contractuele afspraken waarbij marktconforme condities zijn overeengekomen.

9. Toelichting op de functionele winst- en verliesrekening over 2019

9.1 Netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille

Huuropbrengsten

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
woningen en woongebouwen 167.773 166.521
onroerende zaken niet zijnde woongebouwen 7.157 6.651
bruto huuropbrengsten 174.930 173.172
af: huurderving wegens leegstand ‑2.555 ‑2.366
Af: huurderving wegens oninbaarheid ‑511 ‑336
netto huuropbrengsten 171.864 170.470

De "te ontvangen netto huur" is gewijzigd als gevolg van:

  • Verhoging van de huren wegens algemene huuraanpassing per 1 juli 2019 (€ 1,4 miljoen)
  • Het in exploitatie nemen van nieuwe woningen en woongebouwen of van aangekochte woningen (€ 2,5 miljoen)
  • Verlaging als gevolg van minder woningen in beheer door verkoop en sloop (-/- € 0,7 miljoen)
  • Verlaging van de huuropbrengsten door overige mutaties en effect vorige jaren (-/- € 1,4 miljoen)
  • Verlaging door meer huurderving door leegstand wegens kortere leegstand (-/- € 0,2 miljoen)
  • Verlaging door meer huurderving door oninbaarheid (-/- € 0,2 miljoen)

De geografische onderverdeling van de bruto huuropbrengsten kan als volgt worden weergegeven:

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
gemeente Borger-Odoorn 8.083 7.819
gemeente Emmen 58.475 59.282
gemeente Groningen 56.624 54.420
gemeente Midden-Groningen 27.027 26.928
gemeente Stadskanaal 24.721 24.723
  174.930 173.172

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
overige goederen, leveringen en diensten 7.954 7.861
     
af: vergoedingsderving wegen leegstand ‑445 26
af: vergoedingsderving wegen oninbaarheid 147 ‑184
  7.656 7.703

Opbrengsten servicecontracten

De ontvangen vergoedingen zijn gewijzigd als gevolg van:

  • wijziging inkooptarieven 
  • lagere vergoedingsderving wegens leegstand
  • hogere vergoedingsderving wegens oninbaarheid

Lasten servicecontracten

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
stookkosten ‑2.089 ‑2.056
kosten elektra ‑2.056 ‑1.982
waterverbruik ‑643 ‑751
schoonmaken ‑1.296 ‑1.202
service onderhoud ‑546 ‑592
groenvoorziening ‑242 ‑257
diversen ‑1.114 ‑770
  ‑7.986 ‑7.610

Overheidsbijdragen

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
overige overheidsbijdragen 7 4
  7 4

Lasten verhuur- en beheeractiviteiten

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
toegerekende organisatiekosten ‑19.926 ‑16.941
overige lasten verhuur en beheeractiviteiten 0 70
  ‑19.926 ‑16.871

Bedragen x € 1.000

specificatie toegerekende organisatiekosten: 2019 2018
personeelskosten ‑28.106 ‑26.653
huisvestingskosten ‑887 ‑951
facilitaire kosten ‑1.176 ‑1.548
ict kosten ‑4.142 ‑3.814
reorganisatiekosten ‑2.577 55
algemene kosten ‑3.143 ‑3.600
afschrijvingen activa t.d.v. de exploitatie ‑3.253 ‑3.199
bruto bedrijfslasten ‑43.284 ‑39.710
toegerekende organisatiekosten aan andere activiteiten ‑23.358 ‑22.768
toegerekende organisatiekosten aan verhuur en beheeractiviteiten ‑19.926 ‑16.941

De toegerekende organisatiekosten aan verhuur en beheeractiviteiten zijn gebaseerd op de gehanteerde verdeelsleutels zoals deze in paragraaf 6.3 zijn opgenomen. Deze kosten bestaan onder meer uit lonen en salarissen voor personeel dat primair bezig is met de exploitatie van het vastgoed.

Lasten onderhoudsactiviteiten

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
onderhoudslasten (cyclisch) ‑32.672 ‑28.081
onderhoudslasten (niet-cyclisch) ‑24.702 ‑26.762
  ‑57.374 ‑54.843

verdeling onderhoudslasten:    
  2019 2018
planmatig onderhoud (inclusief contractonderhoud) ‑28.793 ‑27.354
mutatieonderhoud ‑7.120 ‑9.569
klachtenonderhoud ‑11.813 ‑10.040
toegerekende organisatiekosten ‑9.648 ‑7.880
  ‑57.374 ‑54.843

De toegerekende organisatiekosten aan onderhoudskosten zijn gebaseerd op de gehanteerde verdeelsleutels zoals deze in paragraaf 6.3 zijn opgenomen. Deze kosten bestaan uit bedrijfskosten en lonen en salarissen welke verband houden met het onderhoud van vastgoed in exploitatie.

Overige directe operationele lasten exploitatie bezit

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
gemeentelijke heffingen ‑11.390 ‑10.912
bijdrage saneringsheffing 0 ‑1.687
verhuurderheffing ‑11.298 ‑15.353
verzekeringskosten ‑1.028 ‑1.091
overige directe operationele lasten exploitatie bezit ‑2.224 ‑2.237
Toegerekende ov dir operationele lasten exploitatie bezit ‑286 ‑286
  ‑26.226 ‑31.566

9.2 Netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille

Verkoopopbrengst vastgoedportefeuille

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
voormalige huurwoningen 10.596 8.574
verkoopopbrengst vov 219 1.897
bedrijfsruimtes 442 0
overig 61 384
  11.318 10.855

De verkoopopbrengst betreft 68 zelfstandige woningen en 13 niet-woongelegenheden (2018: 67 woningen). De door verkoop in 2019 gerealiseerde waardestijging die was begrepen in de herwaarderingsreserve bedraagt € 3,7 miljoen.

Toegerekende organisatiekosten

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
lonen en salarissen verkoopafdeling ‑249 ‑201
overige indirecte kosten ‑282 ‑212
  ‑531 ‑412

Boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
boekwaarde huurwoningen ‑7.461 ‑6.510
boekwaarde vov ‑171 ‑1.560
boekwaarde bedrijfsruimtes ‑311 0
boekwaarde overig ‑29 ‑82
  ‑7.972 ‑8.152

9.3 Waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille ‑1.846 ‑1.446
waardeverandering nieuwbouw in ontwikkeling                    ‑7.184 ‑6.760
waardeverandering verbetering in ontwikkeling                    7.923 ‑52.346
waardeverandering GREX-projecten in ontwikkeling            ‑12.031 ‑12.542
waardeverandering overige projecten vastgoedportefeuille  ‑172 ‑420
gerealiseerde waardeverandering vastgoedportefeuille                         ‑210 ‑120
  ‑13.520 ‑73.634

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
DAEB vastgoedbeleggingen in exploitatie 228.800 96.650
niet-DAEB vastgoedbeleggingen in exploitatie 32.716 5.619
DAEB activa ten dienste van de exploitatie 20 2.408
  261.536 104.677

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
waardering vastgoed verkocht onder voorwaarden 223 206
  223 206

Niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
niet gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop 227 ‑511
  227 ‑511

9.4 Netto resultaat overige activiteiten

Opbrengsten overige activiteiten

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
opbrengsten overige activiteiten 527 499
  527 499

Kosten overige activiteiten

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
toegerekende organisatiekosten ‑131 0
  ‑131 0

9.5 Overige organisatiekosten

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
Overige organisatiekosten ‑6.447 ‑5.993
  ‑6.447 ‑5.993

Onder deze post worden de organisatiekosten opgenomen die niet rechtstreeks aan de primaire activiteiten toegerekend kunnen worden. Het betreffen hier o.a. de personele, facilitaire en huisvestingskosten voor de ondersteunende afdelingen van de organisatie (o.a. Bestuur, RvC, HRM, Strategie en beleid, Control en Financiën).

9.6 Leefbaarheid

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
vastgoed / gerelateerde leefbaarheid ‑3.387 ‑2.900
mens / gerelateerde leefbaarheid ‑1.005 ‑920
  ‑4.392 ‑3.820

9.7 Saldo financiële baten en lasten

Waardeveranderingen van financiële vaste activa en derivaten

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
waardeverandering embedded derivaten ‑3.490 ‑525
financiële vaste activa derivaten ‑14 ‑14
  ‑3.504 ‑539

Andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
rente op vorderingen 16 35
  16 35

Rentelasten en soortgelijke kosten

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
rente langlopende schulden:    
- leningen overheid * ‑934 ‑610
- leningen kredietinstellingen * ‑26.796 ‑27.379
- derivaten * ‑2.222 ‑2.311
- overige schulden ‑110 0
     
rente kortlopende schulden    
- kredietinstellingen ‑250 ‑272
- overige schulden ‑224 ‑647
     
af: geactiveerde rente 396 1.124
  ‑30.140 ‑30.095

De gemiddelde rentevoet welke is gehanteerd bij de geactiveerde rente bedraagt 2,38% (2018: 2,45%). 

* De hiervoor vermelde rentelast van langlopende schulden kan als volgt worden gespecificeerd:

bedragen x € 1.000

  2019 2018
- rentelasten van leningen met een vaste rente ‑27.838 ‑28.125
- rentelasten van leningen met een variabele rente 38 18
- rentelasten / (baten) van rentederivaten met een effectieve hedge relatie ‑2.152 ‑2.194
  ‑29.952 ‑30.300

9.8 Belastingen

De belastingen kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
schattingswijziging vpb 714 ‑2.998
mutatie latente belastingen ‑4.850 120
  ‑4.136 ‑2.878

De acute belastinglast is als volgt bepaald:

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
resultaat voor belastingen volgens de enkelvoudige jaarrekening    
  275.225 60.404
Verschillen met fiscaal resultaat:    
Waardeverandering vastgoedportefeuille ‑248.409 ‑104.142
Verschil resultaat projectontwikkeling ‑541 66.247
Resultaat fiscale herwaardering 0 ‑93
Verschil op fiscale afschrijving op vastgoed ‑11.366 ‑14.337
Afschrijving op embedded derivaten 3.504 539
Disagio op leningen ‑1.066 ‑1.051
Lager fiscaal resultaat op verkoop bestaand bezit ‑3.214 0
Dotatie/vrijval van voorzieningen 2.850 493
Niet aftrekbare saneringssteun 0 1.687
Fiscaal afwijkende onderhoudslasten 1.176 ‑7.059
Renteaftrekbeperking (ATAD1) 12.862 0
Diversen ‑2.876 2.884
  ‑247.080 ‑54.832
belastbaar bedrag voor verliescompensatie 28.145 5.572
fiscale verliescompensatie ‑28.145 ‑5.572
verschuldigd winstbedrag (kasstroom) 0 0

Het gemiddelde wettelijke belastingtarief bedraagt 25%. De effectieve belastingdruk ad -1,5% wordt veroorzaakt door het onder de latente belastingvordering waarderen van tijdelijke verschillen tegen contante waarde, fiscaal vrijgestelde winstbestanddelen en schattingswijzigingen op voorgaande jaren. Dit betreft onder meer verschillen in de verwerking van resultaten uit projectontwikkeling, afschrijvingen op het vastgoed, de verwerking van interest en de fiscaal niet aftrekbare heffing van de Aw.

De schattingswijziging van € 0,7 miljoen heeft betrekking op een herziening van de inschatting van de compensabele verliezen voor de jaren 2015 tot en met 2018. Voor het jaar 2016 is op basis van gewijzigde fiscale grondslagen een herziene aangifte ingediend. Tot en met 2015 zijn de aangiftes definitief geregeld. Voor aangiftejaar 2018 en 2019 is rekening gehouden met de concept aangifte. De aangifte 2018 zal voor 1 mei 2020 worden ingediend.

Met betrekking tot de vennootschapsbelasting heeft Lefier een fiscale strategie gekozen en fiscale planning opgesteld waarbij de uitgangsposities met betrekking tot de fiscale restwaarde en afschrijvingstermijnen nog niet zijn bekrachtigd door de fiscus. Hierdoor is het mogelijk dat gekozen standpunten door de fiscus niet worden overgenomen en daarmee de gepresenteerde acute belastinglast over 2019 en 2018 en belastinglatenties zoals opgenomen in deze jaarrekening zullen afwijken. Lefier volgt in haar fiscale strategie en fiscale planning de binnen de sector gangbare standpunten die naar de mening van belastingadviseurs pleitbaar zijn.


Onzekerheden in de fiscale VPB-positie:
De berekening van de fiscale positie per 31 december 2019 is gebaseerd op de ingediende aangiften VPB tot en met 2017. De aangiften tot en met 2015 zijn door de Belastingdienst definitief opgelegd. Met de Belastingdienst is ter zake van de aangifte 2014 en 2015 de afspraak gemaakt dat wordt opgelegd onder de voorwaarde dat er overeenstemming is over de fiscale waarderingsgrondslagen ter bepaling van de fiscale afschrijving. Uit een bespreking met de Belastingdienst blijkt dat de door Lefier gehanteerde uitgangspunten worden betwist. Het nadere overleg met de Belastingdienst zal in 2020 worden gevoerd.

9.9 Afschrijvingen

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
afschrijving onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie ‑3.253 ‑3.199
  ‑3.253 ‑3.199

9.10 Lonen en salarissen

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
lonen en salarissen ‑20.322 ‑19.044
sociale lasten ‑3.146 ‑2.758
pensioenpremies ‑2.577 ‑2.507
overige personeelskosten ‑2.061 ‑2.345
  ‑28.106 ‑26.654

9.11 Gemiddeld aantal werknemers

Gedurende het jaar 2019 had de corporatie gemiddeld 321,6 fte werknemers in dienst (2018: 326,9 fte). Dit aantal is gebaseerd op het aantal fulltime equivalenten. Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2018: 0).

9.12 Accountantshonoraria

In het boekjaar zijn de volgende bedragen aan accountantshonoraria ten laste van het resultaat gebracht (inclusief btw):

Bedragen x € 1.000

  2019 2018
controle van de jaarrekening ‑240 ‑198
andere controlewerkzaamheden (dVi-verantwoordingen) ‑25 ‑26
fiscale advisering 0 0
andere niet-controlediensten 0 0
  ‑265 ‑224

Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij Lefier en de in de consolidatie betrokken maatschappijen zijn uitgevoerd door accountantsorganisaties en onafhankelijke accountants zoals bedoeld in art. 1, lid 1 Wta (Wet toezicht accountantsorganisaties) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. Deze honoraria hebben betrekking op het onderzoek van de jaarrekening over het boekjaar 2019, ongeacht of de werkzaamheden reeds gedurende het boekjaar zijn verricht.

9.13 Gebeurtenissen na balansdatum

De uitbraak van het COVID-19 virus kwalificeert als gebeurtenis na balansdatum. De impact op onze bedrijfsvoering hebben wij toegelicht in paragraaf 4 van de toelichting bij de jaarrekening.

10. Gescheiden verantwoording DAEB / niet-DAEB

Enkelvoudige gescheiden balans per 31 december 2019

Bedragen x € 1.000

Enkelvoudige gescheiden balans per 31 december 2019
    31-12-2019 31-12-2019 31-12-2018 31-12-2018
ACTIVA Ref. DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
           
VASTE ACTIVA          
           
materiële vaste activa 8.1        
onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie   19.757 0 19.574 0
           
vastgoedbeleggingen          
DAEB vastgoed in exploitatie 8.2 2.660.082 0 2.377.761 0
niet-DAEB vastgoed in exploitatie 8.2 0 274.893 0 243.689
onroerende zaken verkocht onder voorwaarden 8.3 7.851 10.108 7.299 9.596
vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie 8.4 13.382 8.957 50.425 3.477
    2.681.315 293.958 2.435.485 256.762
           
financiële vaste activa 8.5        
deelnemingen   0 1 0 1
latente belastingvordering(en)   24.841 266 29.764 237
uitgesteld hedge-resultaat    46.669 0 0 0
overige vorderingen   178 0 192 0
netto-vermogenswaarde niet-DAEB   205.099 0 165.169 0
interne lening   82.000 0 88.000 0
    358.787 267 283.125 238
           
totaal vaste activa   3.059.859 294.225 2.738.184 257.000
           
VLOTTENDE ACTIVA          
           
voorraden 8.6        
vastgoed bestemd voor de verkoop   0 509 0 492
overige voorraden   0 0 110 21
    0 509 110 513
           
vorderingen 8.7        
huurdebiteuren   1.423 146 1.944 182
vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen   0 55 0 506
overige vorderingen   210 22 1.021 22
overlopende activa   1.074 122 1.625 251
    2.708 344 4.591 961
           
liquide middelen 8.8 ‑4.131 4.140 ‑4.219 4.228
           
totaal vlottende activa   ‑1.423 4.992 483 5.702
           
TOTAAL ACTIVA   3.058.436 299.217 2.738.667 262.701

Bedragen x € 1.000

    31-12-2019 31-12-2019 31-12-2018 31-12-2018
PASSIVA Ref. DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
           
eigen vermogen 8.9        
herwaarderingsreserve   1.745.326 165.169 1.557.336 151.115
overige reserves   4.031 0 134.905 0
resultaat boekjaar   271.089 39.930 56.822 14.053
    2.020.446 205.099 1.749.062 165.169
           
voorzieningen 8.10        
voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen   38.612 0 60.808 0
voorziening latente belastingverplichting   0 0 918 138
overige voorzieningen   1.733 0 1.799 0
    40.345 0 63.525 138
           
langlopende schulden 8.11        
schulden/leningen overheid   6.955 0 14.575 0
schulden/leningen kredietinstellingen   871.731 0 824.935 0
interne lening   0 82.000 0 88.000
verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden   7.337 9.879 9.492 6.883
derivaten   10.707 0 7.217 0
financiele leaseverplichtingen   1.466 0 2.691 0
overige schulden   0 384 0 351
    898.196 92.263 858.910 95.234
           
kortlopende schulden 8.12        
schulden aan kredietinstellingen   6.535 0 25.738 0
schulden aan overheid   451 0 1.654 0
aflossingsverplichtingen   48.971 0 0 0
schulden aan leveranciers   7.996 819 8.080 1.380
belastingen en premies sociale verzekeringen   5.185 0 6.714 0
overlopende passiva   30.311 1.036 24.984 780
    99.449 1.855 67.169 2.160
           
TOTAAL PASSIVA   3.058.436 299.217 2.738.667 262.701

Enkelvoudige gescheiden winst-en-verliesrekening over 2019

Bedragen x € 1.000

Enkelvoudige gescheiden winst-en-verliesrekening over 2019
    2019 2019 2018 2018
  ref. DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
huuropbrengsten   157.709 14.155 156.652 13.818
opbrengsten servicecontracten   6.858 798 6.861 842
lasten servicecontracten   ‑7.366 ‑620 ‑6.936 ‑674
overheidsbijdragen   7 0 4 0
lasten verhuur en beheeractiviteiten   ‑18.518 ‑1.408 ‑15.654 ‑1.217
lasten onderhoudsactiviteiten   ‑53.904 ‑3.470 ‑50.480 ‑4.364
overige directe operationele lasten exploitatie bezit   ‑24.866 ‑1.360 ‑30.454 ‑1.111
netto resultaat exploitatie vastgoedportefeuille 9.1 59.920 8.095 59.993 7.295
           
omzet verkocht vastgoed in ontwikkeling   0 0 0 0
lasten verkocht vastgoed in ontwikkeling   0 0 0 0
netto resultaat verkocht vastgoed in ontwikkeling 9.2 0 0 0 0
           
verkoopopbrengst vastgoedportefeuille   7.906 3.412 8.483 2.372
toegerekende organisatiekosten   ‑422 ‑109 ‑48 ‑364
boekwaarde verkochte vastgoedportefeuille   ‑5.523 ‑2.449 ‑6.036 ‑2.116
netto gerealiseerd resultaat verkoop vastgoedportefeuille 9.3 1.961 854 2.399 ‑108
           
overige waardeveranderingen vastgoedportefeuille   ‑13.520 0 ‑77.623 3.989
niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille   228.800 32.736 99.058 5.619
niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille verkocht onder voorwaarden   168 55 206 0
niet-gerealiseerde waardeveranderingen vastgoedportefeuille bestemd voor verkoop   0 227 ‑511 0
waardeveranderingen vastgoedportefeuille 9.4 215.448 33.018 21.131 9.608
           
opbrengst overige activiteiten   527 0 499 0
kosten overige activiteiten   ‑131 0 0 0
netto resultaat overige activiteiten 9.5 396 0 499 0
           
overige organisatiekosten 9.6 ‑5.992 ‑455 ‑5.571 ‑422
           
leefbaarheid 9.7 ‑4.392 0 ‑3.820 0
           
waardeveranderingen van financiële vaste activa, effecten en derivaten   ‑3.504 0 ‑539 0
andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten   1.626 0 1.755 0
rentelasten en soortgelijke kosten   ‑30.140 ‑1.610 ‑30.095 ‑1.720
saldo financiële baten en lasten 9.8 ‑32.018 ‑1.610 ‑28.879 ‑1.720
           
RESULTAAT VOOR BELASTINGEN   235.324 39.901 45.752 14.652
           
belastingen 9.9 ‑4.165 29 ‑2.984 ‑599
aandeel in het resultaat van niet-geconsolideerde ondernemingen waarin wordt deelgenomen 9.10 39.930 0 14.053 0
           
RESULTAAT NA BELASTINGEN   271.089 39.930 56.822 14.053

Enkelvoudige gescheiden kasstroomoverzicht over 2019

Bedragen x € 1.000

Enkelvoudige gescheiden kasstroomoverzicht over 2019
    2019 2019 2018 2018
  ref. DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
Operationele activiteiten 1.        
Huren 1.1 159.166 14.155 157.077 13.818
Vergoedingen 1.2 7.636 798 7.733 842
Overheidsontvangsten 1.3 0 0 0 0
Overige bedrijfsontvangsten 1.4 517 0 752 0
Renteontvangsten 1.5 1.610 0 1.720 0
Saldo ingaande kasstromen   168.929 14.953 167.282 14.660
           
Erfpacht 1.6 36 0 36 0
Personeelsuitgaven 1.7 24.434 938 24.195 811
Onderhoudsuitgaven 1.8 46.703 3.470 41.964 4.364
Overige bedrijfsuitgaven 1.9 34.177 2.245 31.360 1.663
Rente uitgaven 1.10 31.292 1.610 30.417 1.720
Sectorspecifieke heffing onafhankelijk van resultaat 1.11 a 132 9 1.834 9
Verhuurderheffing 1.11 b 12.039 40 15.077 276
Leefbaarheid externe uitgaven niet investering gebonden 1.12 1.617 0 1.014 0
Vennootschapsbelasting 1.13 0 0 ‑4 0
Saldo uitgaande kasstromen   150.429 8.313 145.894 8.843
Kasstroom uit operationele activiteiten   18.500 6.640 21.388 5.818
           
(Des)investeringsactiviteiten 2.        
Verkoopontvangsten bestaande huur, woon- en niet woongelegenheden 2.1 8.085 3.412 6.421 2.372
Verkoopontvangsten woongelegenheden (VOV) na inkoop in dPi periode 2.2 0 0 1.889 0
Verkoopontvangsten nieuwbouw, woon- en niet woongelegenheden 2.3 0 0 163 0
Verkoopontvangsten grond 2.4 1.609 0 352 0
(Des)Investeringsontvangsten overig 2.5 0 0 398 0
Tussentelling ingaande kasstroom MVA   9.694 3.412 9.223 2.372
           
Nieuwbouw huur, woon- en niet woongelegenheden 2.6 13.697 0 18.359 42
Woningverbetering, woon- en niet woongelegenheden 2.7 27.432 745 55.224 0
Leefbaarheid externe uitgaven projectgebonden 2.8 0 0 0 0
Aankoop, woon- en niet woongelegenheden 2.9 2.893 0 ‑7.429 7.429
Aankoop woongelegenheden (VOV) voor doorverkoop 2.11 409 0 988 0
Sloopuitgaven, woon- en niet woongelegenheden 2.12 2.255 0 1.343 0
Aankoop grond 2.13 1.029 0 0 0
Investeringen overig 2.14 10.351 0 14.001 0
Externe kosten bij verkoop 2.15 178 109 ‑154 364
Tussentelling MVA uitgaande kasstroom   58.244 854 82.332 7.835
           
Saldo in- en uitgaande kasstromen vastgoedbeleggingen   ‑48.551 2.558 ‑73.109 ‑5.463
           
Ontvangsten verbindingen 2.17.1 452 0 0 340
Ontvangsten overig 2.17.2 0 0 0 0
Uitgaven verbindingen 2.18.1 0 0 0 35
Uitgaven overig 2.18.2 0 0 0 0
Saldo in- en uitgaande kasstroom financiële vaste activa   452 0 0 305
           
Kasstroom uit (des)investeringen   ‑48.099 2.558 ‑73.109 ‑5.158

Bedragen x € 1.000

    2019 2019 2018 2018
  ref. DAEB niet-DAEB DAEB niet-DAEB
Financieringsactiviteiten 3.        
Nieuwe door WSW geborgde leningen 3.1.1 85.000 0 100.000 0
Nieuwe niet door WSW geborgde leningen DAEB 3.1.2 0 0 0 0
Nieuwe niet door WSW geborgde leningen niet-DAEB 3.1.3 6.000 0 6.000 0
Tussentelling inkomende kasstromen   91.000 0 106.000 0
           
Aflossing door WSW geborgde leningen 3.2.1 61.516 0 52.506 0
Aflossing niet door WSW geborgde leningen DAEB investeringen 3.2.2 2.120 0 2.120 0
Aflossing niet door WSW geborgde leningen niet-DAEB investeringen 3.2.3 0 6.000 0 6.000
Tussentelling uitgaande kasstromen   63.636 6.000 54.626 6.000
           
Kasstroom uit financieringsactiviteiten   27.364 ‑6.000 51.374 ‑6.000
           
Mutatie liquide middelen 4.1 ‑2.235 3.198 ‑347 ‑5.340
Wijziging kortgeldmutaties 4.2 2.323 ‑3.286 442 5.227
           
Liquide middelen per 1-1   ‑4.219 4.228 ‑4.314 4.341
Liquide middelen per 31-12   ‑4.131 4.140 ‑4.218 4.228

11. Verantwoording Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT)

Overige informatie

Werknemers

Gedurende het jaar 2019 had Lefier gemiddeld 321,6 fte in dienst (2018: 328,9 fte). Geen van de werknemers is buiten Nederland werkzaam (2018: 0).

Bestuurder

De bezoldiging (zogenaamde werkgeverslasten/totale loonkosten) van de Bestuurders in 2019 is € 181.953 (2018: € 187.885) inclusief sociale lasten, pensioenpremie en vakantietoeslag. Het totaalbedrag kan als volgt worden gespecificeerd:

Bedragen in €

  2019 2018
Beloning 150.392 155.472
Belastbare onkostenvergoeding 8 350
Sociale lasten 10.773 10.327
Beloningen betaalbaar op termijn 20.781 21.736
  181.953 187.885

Raad van Commissarissen

De Vereniging van Toezichthouders bij Woningcorporaties (VTW) heeft in 2015 de 'Code voor de honorering van toezichthouders bij woningcorporaties' opgesteld en in 2017 gewijzigd.

De WNT2, ingegaan per 1 januari 2015, kent leden en voorzitters van een RvC een hogere maximale vergoeding toe. Aan deze verruiming is door het bestuur van de Vereniging Toezichthouders Woningcorporaties een grens gesteld. De RvC onderschrijft dit voorstel van de VTW. de WNT2 en heeft deze grenzen meegenomen in het besluit honorering 2018 en volgende jaren, zoals dat op 25 november 2016 is genomen. De volgende maxima zijn van toepassing:

bedragen in € (excl. btw)

  voorzitter lid
Toepasselijk WNT-maximum 29.100 19.400
Bindende beroepsregel VTW 23.300 15.600
Honorering 2018 21.240 14.100
Honorering 2019 21.780 14.460

WNT-verantwoording 2019 Stichting Lefier

Per 1 januari 2013 is de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke- en semi publieke sector (WNT) ingegaan. Deze verantwoording is opgesteld op basis van de volgende op Stichting Lefier van toepassing zijnde regelgeving: het WNT-maximum voor de woningcorporaties, klasse H.

Het bezoldigingsmaximum in 2019 is € 194.000. Dit geldt naar rato van duur en/of omvang van het dienstverband. Het individuele WNT-maximum voor de leden van de RvC bedraagt voor de voorzitter 15% en voor de overige leden 10% van het bezoldigingsmaximum, berekend naar rato van de duur van het dienstverband.

1a. Leidinggevende topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen met dienstbetrekking:

Bedragen in €

Gegevens 2019 M. Drijver M.G. van Olffen
Functiegegevens Bestuurder Plaatsvervangend Bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2019 07/01 - 31/12 01/01 - 06/01
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) vanaf 07/01: 1,0 1,0
  vanaf 01/04: 0,9 -
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 148.438 2.010
Beloningen betaalbaar op termijn 20.451 330
Subtotaal 168.889 2.340
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 174.570 3.189
     
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag N.v.t. N.v.t.
     
Bezoldiging 168.889 2.340
     
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. N.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling N.v.t. N.v.t.
     
Gegevens 2018 M.G. van Olffen A.J. de Boer
Functiegegevens Plaatsvervangend Bestuurder Bestuurder
Aanvang en einde functievervulling in 2018 01/12-31/12 1/1 - 30/11
Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte) 1 1
Dienstbetrekking? ja ja
Bezoldiging    
Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen 9.597 150.491
Beloningen betaalbaar op termijn 1.647 20.089
Subtotaal 11.244 170.581
     
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 16.052 172.948
     
Bezoldiging 11.244 170.581

1b. Leidinggevende topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen zonder dienstbetrekking kalendermaand 1-12:

Niet van toepassing dit boekjaar.

1c. Toezichthoudende topfunctionarissen:

Bedragen in € (excl. btw)

Gegevens 2019 E.V. Koenen H.W. van Kesteren L.T. van Bloois W. van Gent H. Donkervoort
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2019 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
           
Bezoldiging 22.600 15.455 15.558 14.809 15.118
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 29.100 19.400 19.400 19.400 19.400
-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
           
Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
           
Gegevens 2018          
  E.V. Koenen H.W. van Kesteren L.T. van Bloois W. van Gent H. Donkervoort
Functiegegevens Voorzitter Lid Lid Lid Lid
Aanvang en einde functievervulling in 2018 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12 1/1 - 31/12
           
Bezoldiging 22.780 15.026 15.137 14.324 14.724
Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum 28.350 18.900 18.900 18.900 18.900

1d. Topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen met een bezoldiging van € 1.500 of minder:

Niet van toepassing dit boekjaar.

2. Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking:

Niet van toepassing dit boekjaar.

3. Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT:

Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2019 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen.

Volgend hoofdstuk: Overige gegevens